woensdag 10 oktober 2007

Week 6 - Individueel debatverslag met eigen mening&conclusie

Voorbereiding
Om dit debat zo goed mogelijk voor te bereiden hebben we als groepje op dinsdag middag na het gastcollege de hoofden bij elkaar gestoken. Onder het genot van een broodje hebben we consensus bereikt over een aantal punten: de vorm van het debat, de taakverdeling (wie doet de presentatie, wie neemt de voorzittersrol op zich en wie vormen de jury?) en natuurlijk de stellingen.
We waren het er al snel over eens dat we tijdens de eerste helft van het debat de debaters wilden laten staan en tijdens het tweede deel de deelnemers wilden laten zitten. De eerste vorm kozen we, omdat tijdens het plenaire einddebat de debaters ook zouden moeten staan. Zo kon iedereen alvast wennen aan de vorm. De tweede vorm hebben we gekozen, omdat uit onze eigen ervaringen bleek dat we dit de meest effectieve en dynamische vorm vonden.

De rollen onderling hadden we vrij snel verdeeld. Aansluitend besproken we hoe we die rollen in zouden vullen. Zo kwamen we erachter dat het handig was als de voorzitters (Ilse en Jaco) een aantal (van te voren afgesproken) richtlijnen bij de hand zouden hebben, voor het geval dat het debat stil zou komen te liggen. Door middel van deze richtlijnen zou het debat op een moment van ‘doodbloeden’ een nieuwe impuls krijgen en zouden we het debat dynamisch houden. Ook vonden we dat de voorzitters erop moesten letten dat iedereen zich aan de regels van een goed debat houdt. Dat houdt dus in dat mensen niet door elkaar praten en inhoudelijk goed op de stelling in gaan. Na de rol van de voorzitters besproken te hebben, richtten we ons op de taken van de jury (Frank en Marije) . We besloten de groundrules van een goed debat te vertalen naar een checklist. Deze checklist zou de juryleden houvast geven tijdens het beoordelen van het debat.
Over de stellingen hebben we langer gediscussieerd. De bedoeling was dat we maar liefst vier stellingen formuleerden. Drie voor de eerste helft van het debat en één voor de tweede helft. We besloten, naar aanleiding van tips van Thomas Poell, om vanuit een ‘piramide-visie’ te werk te gaan. De eerste stelling zou betrekking hebben op de brede maatschappelijke context van ‘De Waag Society’ en de laatste stelling zou inhoudelijk ingaan op het specifieke beleid van De Waag. De stellingen die we hebben geformuleerd luiden alsvolgt:
  • Digitale oplossingen leveren een onmisbare bijdrage aan het oplossen van problematiek van sociale interactie.
  • Beeld zal in de toekomst tekst verdringen bij informatieoverdracht.
  • Leren door middel van ervaringen is effectiever dan leren uit boeken.
  • De Waag speelt in op behoeftes die zij zelf heeft gecreëerd.

Het debat
Het tweede deel van het werkcollege bevatte het debat dat wij mochten organiseren en voorzitten. (voor een evaluatie van het debat tijdens de eerste helft van het debat, zie…). Wat meteen opviel was dat het debat moeizaam op gang kwam. De richtlijnen die we van te voren hadden opgesteld hebben we dan ook vrijwel allemaal ingezet. Pas op het eind van het debat ontstond er enige discussie. Één van de redenen dat het debat niet zo verliep als wij hadden gehoopt was de stelling. Velen vonden de stelling te vaag en daarom ontstond er in het begin dan ook meer discussie over de vorm van de stelling dam over de inhoud. Een reactie van Thomas Poell was dat je de ‘vaagheid’ van een stelling juist kon gebruiken om het debat naar jouw hand te zetten. Helaas gebeurde dit niet tijdens dit debat. Een tweede punt waardoor het debat niet soepel verliep was de vorm.

De keuze om mensen te laten zitten had een passieve houding tot gevolg en nodigde niet uit om actief deel te nemen aan het debat. De drempel was voor een grote groep te hoog. Een laatste punt waardoor het debat zijn dynamiek miste, was naar mijn mening dat we al drie stellingen hadden behandeld en het overgrote deel van de groep ‘uitgedebatteerd’ was geraakt. De rol van de voorzitters was in eerste instantie goed, alleen was de plaats waar zij zich bevonden in het lokaal achteraf minder strategisch dan we aanvankelijk dachten. Doordat zij zich half achter de debatterende groep bevonden, vielen zij niet echt op en konden zij hun rol van voorzitters niet optimaal beoefenen.

Conclusie
Op meerdere punten zouden we het volgende keer anders doen. Zo zou ik een staande vorm prefereren boven een zittende vorm. Ook zou ik een stelling poneren die minder interpretabel was, waardoor er meer op de inhoud zou worden ingegaan en niet op de vorm. De inzet van de voorzitters vond ik prima, alleen stond hun tafel misschien niet op een strategische plaats in het lokaal. Beter is het om de voorzitters de volgende keer een centrale plaats te geven. Tot slot wil ik graag nog even benadrukken dat het in eerste instantie heel simpel lijkt om een debat voor te zitten, dit blijkt in de praktijk echter toch behoorlijk tegen te vallen. Een leerzame ervaring dus!

Geen opmerkingen: