
Tijdens het eerste deel van het tweede werkcollege hebben we geoefend met het debatteren in groepjes van vier of vijf personen. hierbij was het de bedoeling dat de persoon die de stelling poneerde, eerst 3 minuten lang een betoog hield over zijn stelling. Vervolgens kreeg de persoon die de stelling moest aanvallen 1 minuut de tijd om hierop in te gaan en kreeg de eerste persoon tot slot nog 1 minuut om hier weer op te reageren. De andere twee mensen kregen de rol van voorzitter en waarnemer toegewezen. Vanwege het feit dat ik het best lastig vind om een betoog te houden dat goed loopt, dat overtuigend is en prettig om naar te luisteren, besloot ik de rol van de persoon die de stelling poneerde op te eisen.
Naar mijn idee ging het betoog best aardig. Ik heb de stelling aan het begin van het betoog genoemd en aan het eind herhaald, ben begonnen met een anekdote en heb het gehaald om 3 minuten vol te praten. Het onderwerp zorgde er echter voor dat aan het eind van mijn betoog de stelling voor sommigen nog steeds niet helemaal duidelijk was. Het commentaar luidde dat het wel een goed betoog was, alleen was het soms wat chaotisch waardoor er geen duidelijke lijn in zat. Een manier om dat op te lossen is door aan het eind van het betoog een korte samenvatting te geven van de belangrijkste punten. De complexiteit van het onderwerp had tot gevolg dat zowel mijn debatpartner, als ikzelf er moeite mee had om het debat gaande te houden.
Het tweede deel van het werkcollege bestond uit een groepsdebat, georganiseerd door het tweede groepje. Dit groepje had twee stellingen voorbereid. De eerste stelling luidde als volgt: ‘Je moet de creativiteit van een ander kunnen gebruiken om je eigen creativiteit te uitten.’ Deze stelling leidde had een interessante discussie tot gevolg waarin de meeste mensen uit de groep deelnamen. Ook de tweede stelling: Het auteursrecht is, in de huidige vorm, niet toepasbaar op de digitale nieuwe media. Zorgde voor een leuke discussie. De vorm die werd gebruikt was het opsteken van de hand met daarin een rood(tegen de stelling) of groen (voor de stelling) briefje.
Aan het eind van het werkcollege stipte Thomas Poell enkele verbeterpunten aan
Het is goed om de kern van het betoog te herhalen en samen te vatten om een duidelijker verhaal neer te zetten.
De groep die het debat leidt moet meer anticiperen op argumenten.
Een metapositie innemen kan het debat meer dynamiek geven.
Het geven van een samenvatting tijdens het debat kan ervoor zorgen dat duidelijkheid wordt verschaft over de verschillende posities en dat de spreker een duidelijke lijn uit kan zetten.
Het ‘briefjessysteem’ dat werd toegepast door het leidende debatgroepje, bleek in de praktijk eerder verwarrend dan verhelderend te werken.
De stellingen bleken verwarring op te wekken.
De voorzitter mag in het vervolg meer ingrijpen tijdens het debat.
Het noemen van bronnen is erg belangrijk.
Wat betekent dit voor de ground rules voor een goed debat en een goede presentatie?
Wat betekent dit voor de ground rules voor een goed debat en een goede presentatie?
De kritiekpunten die naar voren kwamen naar aanleiding van het debat in werkcollege 2, vormen een aanvulling op de bestaande ground rules.
Een goede voorbereiding zorgt ervoor dat je een goed en overtuigend betoog kunt voeren en dat je je kunt voorbereiden op de argumenten van medestudenten.
Het aanstellen van een goede voorzitter heeft als gevolg dat het debat in goede banen wordt geleid en dat de dynamiek behouden blijft.De voorzitter kan ingrijpen op momenten dat het debat niet helemaal lekker loopt en wanneer mensen zich niet aan de regels houden. Ook kan hij het debat sturen.
Duidelijke regels moeten er toe leiden dat de deelnemers naar elkaar luisteren en elkaar laten uitpraten. Daarnaast moeten de regels ervoor zorgen dat de juiste mensen aan het woord komen en dat het debat zijn dynamiek behoudt. Hierbij kan rekening worden gehouden met de manier waarop mensen aan de beurt komen tijdens een debat.
De intentie van de deelnemers moet goed zijn. Ze moeten naar elkaar willen luisteren en elkaar laten uitpraten.
Een debat start met een helder betoog waarin de stelling duidelijk wordt gemaakt en beargumenteerd, maar waarin niet alle argumenten reeds worden genoemd.
Aan deze reeds opgestelde ground rules, kan naar aanleiding van het debat in werkcollege 3 het volgende worden toegevoegd:
Aan deze reeds opgestelde ground rules, kan naar aanleiding van het debat in werkcollege 3 het volgende worden toegevoegd:
Een debat moet een duidelijke vorm hebben die de dynamiek ten goede komt en niet onnodig voor verwarring zorgt.
Een debat moet een duidelijke stelling hebben.
De ground rules voor een goede presentatie blijven hetzelfde.
1. Zorg dat je argumenten inhoudelijk in orde zijn. Let hierbij op:
- Dat wat je vertelt waarheidsgetrouw is
- Dat je argumenten volledig zijn
- Dat je argumenten geen tegenstrijdigheden bevatten
- Dat je goed voorbereid bent op tegenargumenten
2. Let op je lichaamstaal
- Sta/zit rechtop
- Neem een open houding aan; dus geen armen over elkaar
- Neem een actieve houding aan; dus geen handen in de zakken
3. Let op je stemgebruik
- Let erop dat je duidelijk spreekt
- Let op je volume, dus spreek niet te hard en niet te zacht
- Let op je ademhaling
- Let erop dat je niet te snel of te langzaam spreekt
De ground rules voor een goede presentatie blijven hetzelfde.
1. Zorg dat je argumenten inhoudelijk in orde zijn. Let hierbij op:
- Dat wat je vertelt waarheidsgetrouw is
- Dat je argumenten volledig zijn
- Dat je argumenten geen tegenstrijdigheden bevatten
- Dat je goed voorbereid bent op tegenargumenten
2. Let op je lichaamstaal
- Sta/zit rechtop
- Neem een open houding aan; dus geen armen over elkaar
- Neem een actieve houding aan; dus geen handen in de zakken
3. Let op je stemgebruik
- Let erop dat je duidelijk spreekt
- Let op je volume, dus spreek niet te hard en niet te zacht
- Let op je ademhaling
- Let erop dat je niet te snel of te langzaam spreekt
Geen opmerkingen:
Een reactie posten