woensdag 31 oktober 2007

Reflectie op de cursus


In het eerste blok van mijn tweede jaar Communicatie- en informatiewetenschappen volgde ik het vak ‘Nieuwe media in het actuele debat’. De reden dat mijn keuze op dit vak was gevallen, was dat ik graag wilde leren debatteren. Ik heb moeite met presenteren, maar wil het wel graag leren. De eerste werkcolleges vond ik het nog doodeng om iets te zeggen, maar ik merkte vanzelf dat die angst steeds minder werd. Ik kreeg er zelfs plezier in en merkte dat ik er van baalde dat ik in de tweede ronde van het einddebat afviel. Ik heb het idee dat ik een ontwikkeling heb doorgemaakt en mijn angst om te presenteren een klein beetje heb overwonnen. Naast het debataspect vond ik de onderwerpen ook erg interessant en door het interactieve karakter van de cursus ben ik zelf over de stof gaan nadenken. Kortom, ‘Nieuwe media in het actuele debat’ was voor mij een interessante en leerzame cursus. In dit verslag kunt u lezen over mijn verwerking van de stof en mijn persoonlijke ontwikkelingen gedurende de cursus.

Marije Veenboer

Bibliografie

Internet

Televisieprogramma’s en films

  • Twelve angry men. Reg. Lumet, S., Scen. Rose, R., Act. Balsam, M. Fiedler, J., Cobb, L. en eventuele andere relevante namen. Orion Nova Productions, 1957
  • Jong. Pres. Venderbos, M. Red. Kwint, F. Red. Zee, C. Prod. Helden, van. F. Nederland 2, EO, 05/09/2007
  • Nova Den Haag Vandaag. Pres. Polak, C. Red. Kuyl, C. Prod. Ditshuizen, J. van, Nederland 2, NPS, Vara, Tros, 25-09-2006

Hoorcolleges

  • Poell, Thomas. Algemeen theoretisch en historisch kader. Geschiedenis van het medialandschap. 03-11-2006
  • Nood, David, de. EPN. Nieuwe media in het actuele debat. 18-09-2007
  • Schäfer, Tobias. Marshall McLuhan, Hoorcollege 4 Geschiedenis en Theorie van de Nieuwe Media, 06-02-2007.
  • Kuik, Tim. Stichting Brein. Nieuwe media in het actuele debat. 25-09-2007
  • Simons, Robert Jan. Ivlos, het expertisecentrum ICT Universiteit Utrecht. Nieuwe media in het actuele debat. 02-10-2007
  • Gorter, Elsa. VPRO. Nieuwe media in het actuele debat. 7-10-2007
  • Zeijts, Henk. WaagSociety. Nieuwe media in het actuele debat. 16-10-2007
  • Poell, Thomas. Techniek I, verschillen oude en nieuw media. Geschiedenis van de nieuwe media. 06-02-2007

Boeken

  • Lister, Martin, et. al. New media: A critical introduction. Londen: Routledge, 2003, pp. 176 -182 + 192-199.
  • Lister, Martin, et. al. New media: A critical introduction. Londen: Routledge, 2003, pp. 23-44.
  • Lister, Martin, et. al. New media: A critical introduction. Londen: Routledge, 2003, pp. 1-23 + 59-72.

Artikelen

  • Nood, de. D., en Attema, J. “Second Life. Het tweede leven in virtual reality” [2006] EPN -20-09-2007 – http:// www .epn.net/interrealiteit / Second_Life Het _ Tweede _ Leve _van_Virtual_Reality.pdf
  • McLeod, Kembrew. “Confessions of an Intellectual (Property): Danger Mouse, Mickey Mouse, Sonny Bono, and My Long and Winding Path as a Copyright Activist-Academic.” Popular Music and Society 28 (2005): 79-93.
  • Herz, Judith. “Gaming the System. What Higher Education Can Learn from Multiplayer Online Worlds.” The Internet and the University, Forum (2001): 169-191. http:// www .educause.edu /ir / library/pdf/ffpiu019.pdf
  • Norden, Eric en Marshall McLuhan. “The Playboy Interview: Marshall McLuhan - A Candid Conversation with the High Priest of Popcult and Metaphysician of Media.” Playboy maart (1969) http://www.vcsun.org/~battias/class/454/txt/mclpb.html
  • Raessens, Joost. “Computer games as participatory media culture”, 373-388
  • Vliet, Harry van. “Where Television and Internet meet.” E-view (2002) 1 http://comcom.uvt.nl/e-view/02-1/vliet.htm
  • Selwyn, Neil. “Reconsidering Political and Popular Understandings of the Digital Divide.” New Media Society 6 (2004): 341-362.
  • Oosterbaan, Warna. “Socioloog Manuel Castells over de netwerkeconomie.” NRC 8 november 1997. http://www.nrc.nl/W2/Lab/Castells/

Week 7 - Definitieve Groundrules

Door de weken heen heb ik een persoonlijke lijst samengesteld van groundrules. Naar aanleiding van de lijst met ground rules die Thomas Poell mij vorige week overhandigde, zal ik deze lijst aanvullen.
  • Een goede voorbereiding zorgt ervoor dat je een goed en overtuigend betoog kunt voeren en dat je je kunt voorbereiden op de argumenten van medestudenten.
  • Het aanstellen van een goede voorzitter heeft als gevolg dat het debat in goede banen wordt geleid en dat de dynamiek behouden blijft. De voorzitter kan ingrijpen op momenten dat het debat niet helemaal lekker loopt en wanneer mensen zich niet aan de regels houden. Ook kan hij het debat sturen. De voorzitter dient een neutrale positie in te nemen ten opzichte van de stelling. Daarnaast moet hij ervoor zorgen dat de deelnemers de oorspronkelijke stelling goed in de gaten houden.
  • Duidelijke regels moeten er toe leiden dat de deelnemers naar elkaar luisteren en elkaar laten uitpraten. Daarnaast moeten de regels ervoor zorgen dat de juiste mensen aan het woord komen en dat het debat zijn dynamiek behoudt. Hierbij kan rekening worden gehouden met de manier waarop mensen aan de beurt komen tijdens een debat.
  • De intentie van de deelnemers moet goed zijn. Ze moeten naar elkaar willen luisteren en elkaar laten uitpraten.
  • Een debat start met een helder betoog waarin de stelling duidelijk wordt gemaakt en beargumenteerd, maar waarin niet alle argumenten reeds worden genoemd.
  • Een debat moet een duidelijke vorm hebben die de dynamiek ten goede komt en niet onnodig voor verwarring zorgt.
  • Een debat moet een duidelijke stelling hebben. Het moet mogelijk zijn om zowel voor- als tegenargumenten te formuleren.
  • Alle deelnemers moeten de mogelijkheid krijgen hun standpunt te verdedigen.
  • Onderbouw je argumenten met betrouwbare en verifieerbare bronnen.
  • De stelling of vraag moet voorgaande aan het debat geïntroduceerd worden en tijdens het debat voor alle deelnemers zichtbaar zijn.
Ground rules voor een goede presentatie
  • Bereid je goed voor
  • Vat de argumenten van je tegenstander samen.
  • Als je vindt dat de ander een goed punt maakt, moet je dat ook toegeven. Doe dit wel aan het begin van het betoog zodat je daarna aan kan geven op welke punten je het niet eens bent.
  • Let goed op de tijd
  • Bepaal met je groepsleden wat je kernargumenten zijn en zet een duidelijke lijn uit.
  • Maak gebruik van metaposities en samenvattingen.
  • Geef het initiatief niet uit handen door vragen te stellen aan de tegenstander. (retorische vragen kunnen echter wel strategisch werken)
  • Gebruik concrete voorbeelden om je argumenten mee te illustreren.
  • Maak aantekeningen tijdens het debat
  • Probeer op je techniek te letten, maar verlies de inhoud niet uit het oog.
  • Zorg dat je argumenten inhoudelijk in orde zijn.
    Let hierbij op:
    - Dat wat je vertelt waarheidsgetrouw is
    - Dat je argumenten volledig zijn
    - Dat je argumenten geen tegenstrijdigheden bevatten
    - Dat je goed voorbereid bent op tegenargumenten
  • Let op je lichaamstaal
    - Sta/zit rechtop
    - Neem een open houding aan; dus geen armen over elkaar
    - Neem een actieve houding aan; dus geen handen in de zakken
  • Let op je stemgebruik
    - Let erop dat je duidelijk spreekt
    - Let op je volume, dus spreek niet te hard en niet te zacht
    - Let op je ademhaling
    - Let erop dat je niet te snel of te langzaam spreekt
    - Breng dramatiek aan door je stem te verheffen

woensdag 24 oktober 2007

Week 7 - Evaluatie plenair einddebat


Dinsdag 23 oktober 2007 vond het grote debat plaats tussen de werkgroep van Thomas Poell en de werkgroep van Isabella van Elferen. Acht groepjes van vier streden tegen elkaar met als doel het debat te winnen. Wat gelijk opviel tijdens de eerste ronde was de verschillende stijl van debatteren van de werkgroepen. De groep van Isabella bleek agressiever en aanvallender dan de groep van Thomas. Inhoudelijk verliep de eerste ronde best goed. Je kon merken dat de deelnemers zich goed hadden voorbereid en met inhoudelijk goede argumenten kwamen. Aan het eind van de eerste ronde werd er gestemd op de groepjes die door mochten naar de volgende ronde, omdat mijn groepje daar ook bij zat bereidden we ons in de pauze voor op de volgende stelling. Deze ronde moesten we debatteren tegen een groepje uit dezelfde werkgroep. Dat we elkaar al kenden kwam duidelijk naar voren in de manier hoe we met elkaar discussieerden. Het ging er een stuk gemoedelijker aan toe dan in de eerste ronde. Helaas voor ons, verloren we dit debat wel. Het laatste debat ging tussen zowel een groepje van Thomas als een groepje van Isabella. Wat opviel was dat de inhoud qua niveau in de loop van de rondes steeds meer afnam. Zo diep als we tijdens de werkgroepen in waren gegaan op de onderwerpen, zo oppervlakkig bleef het tijdens het grote debat. Ook van de geleerde technieken viel weinig terug te zien. Er was niemand die de standpunten samenvatte of een metapositie innam. Het groepje dat uiteindelijk won kwam uit de werkgroep van Isabella. Naar mijn mening won deze groep, omdat hun leider verbaal erg sterk was en goed kon debatteren. Persoonlijk vond ik het aanvankelijk best eng om voor zo’n grote groep te debatteren, maar toen ik er uiteindelijk stond ging het prima. Je merkt dat je meer bezig bent met de mensen tegenover je, dan met de mensen in het publiek. Een leerzame ervaring!

Week 6 - Synopsis artikel + stelling


In het artikel Reconsidering Political and Popular Understandings of the Digital Divide.” Beschrijft auteur Neil Selwyn de zogenaamde digital divide. Met deze term wordt het ‘gat’ dat is ontstaan tussen mensen die wel toegang hebben tot internet en mensen die geen toegang hebben aangeduid. Deze digitale tweedeling heeft als gevolg dat er een kloof ontstaat tussen beide groepen. Selwyn benadrukt in zijn artikel dat digital divide echter meer is dan een technologisch probleem. Om de term goed te kunnen beschrijven, moet er worden gekeken naar wat ICT eigenlijk is, wat er wordt bedoeld met het woord ‘toegang’ tot de ICT, het gebruik van ICT en de gevolgen die het gebruik van ICT heeft. Ook spelen volgens Selwyn economie, cultuur en maatschappij een belangrijke rol bij de digital divide. Hij pleit voor een bredere visie op de term en hoopt daarmee meer inzichten te verwerven.

Het standpunt van Selwyn wat betreft Digital Divide kan worden vergeleken met de manier waarop socioloog Manuel Castells (1942) tegen de ontwikkeling aankijkt. Volgens Castells heeft de netwerkeconomie twee grote gevolgen, waaronder de Digital Divide. De toenemende sociale fragmentarisering heeft als gevolg dat oude regionale bindingen het verliezen van lucratieve internationale allianties. Hij ziet dit, evenals Selwyn, als een groot probleem dat de hele wereld aangaat en waar oplossingen voor gevonden moeten worden. De vraag is echter of er een oplossing is voor dit probleem. Zelf ben ik van mening dat het absoluut een probleem is, maar dat we wel moeten kijken in hoeverre het haalbaar is op het probleem op te lossen. Ik denk ook dat je moet oppassen niet alle wereldproblematiek te wijten aan de digital divide. Veel problemen waren er immers al voor het digitale tijdperk.


Stelling: Het oplossen van de digital divide is niet haalbaar

Bronnen:



  • Selwyn, Neil. “Reconsidering Political and Popular Understandings of the Digital Divide.” New Media Society 6 (2004): 341-362.


  • Oosterbaan, Warna. “Socioloog Manuel Castells over de netwerkeconomie.” NRC 8 november 1997. http://www.nrc.nl/W2/Lab/Castells/


  • Zeijts, Henk. WaagSociety. Nieuwe media in het actuele debat. 16-10-2007

Week 6 - Kritisch commentaar lezing HC 6

Kritisch commentaar gastcollege Henk Zeijts Waagsociety

Op 16 oktober 2007 heeft Henk Zeijts van WaagSociety een gastcollege gegeven. Na zich te hebben voorgesteld gaf Dhr Zeijts een korte schets van de historie en het heden van WaagSociety. Hij legde vervolgens uit waar de instelling zich precies allemaal mee bezig houdt. De vier domeinen van WaagSociety zijn: zorg, publiek domein, cultuur&kunst en onderwijs. Na deze vier domeinen genoemd te hebben, behandelde Dhr Zeijts alle vier de domeinen apart. De vraag die centraal staat bij het domein zorg is: ‘Hoe kun je de sociale interactie versterken door nieuwe media?’ Door middel van een aantal voorbeelden van nieuwe mediatoepassingen gaf Zeijts antwoord op deze vraag. WaagSociety speelt door middel van logative, collaborative, sensitive en narrative in op vragen problemen binnen de zorg. De Projecten ‘Scottie’, een robotachtig poppetje voor kinderen die langdurig ziek zijn en ‘Pilotus’, een interactief communicatieprogramma voor mensen met een verstandelijke handicap, zijn voorbeelden van projecten van WaagSociety op het gebied van zorg. Wat WaagSociety doet op het gebied van het domein Samenleving illustreerde Zeijts met het voorbeeld ‘Creative Commons’, een systeem dat meer vrijheid geeft in het gebruik van producten. Op het gebied van kunst en cultuur noemde Zeijts het product: ‘Scratchworkx’; een apparaat waarmee jongeren hun eigen performance kunnen maken. Al deze voorbeelden ondersteunde Zeijts met visueel materiaal. Deze filmpjes zorgden ervoor dat de presentatie levendig bleef.

Na een beeld te hebben geschetst van wat WaagSociety betekent op de verschillende domeinen, ging Zeijts in op een aantal bredere maatschappelijke trends. Hij behandelde de trends: ‘Jongeren en nieuwe technologie’ (waar hij een aantal generaliserende uitspraken deed, waardoor er een kleine discussie ontstond), ‘Gebruik van technologie’, ‘Produceren in plaats van consumeren’ en ‘Maatschappij en jongeren’. Deze trends onderbouwde hij met grafieken die op statistische gegevens waren gebaseerd. Helaas bleek dat hij deze gegevens niet altijd even goed kon uitleggen. Dit kwam enigszins onhandig en niet overtuigend over.

Het laatste onderwerp van de presentatie bevatte het domein ‘Onderwijs’. Dit was het domein waarin Zeijts zelf actief was en waar hij dan ook het meest over wist te vertellen. Vanuit de uitgangspunten voor onderwijs (relatie, creatie, donatie en reflectie) behandelde Zeijts een voorbeeld; ‘Frequentie 1550’. Dit is een interactief geschiedenisspel met behulp van mobiele telefonie. Nadat hij het voorbeeld had behandeld, kwamen er nog enkele reacties van mensen die hun kritiek uitten op het product. Buiten deze reacties kwam er weinig discussie op gang. De presentatie liet weinig ruimte voor debat. Desalniettemin vond ik het een interessante presentatie van een leuke instelling.
Vanuit wetenschappelijk oogpunt kan worden gesteld dat het standpunt van Zeijts overeenkomt met de visie van Kevin Robins op nieuwe media. Volgens Robins zorgt de nieuwe media technologie voor hernieuwd vertrouwen van mensen in het oplossen van problemen in hun bestaan. Zeijts deelt deze optimistische en enigzins technologisch deterministische visie. In zijn opinie vallen veel problemen in sociale interactie op te lossen door middel van nieuwe mediatoepassingen. Dat nieuwe media ook daadwerkelijk veel voordelen met zich meebrengt, bewijst de weerlegging van de kritiek die de aanhangers van de Frankfurter Schule uitte op de massamedia. Daar waar de massamedia het eigen inzicht en interpretatie van de mens tekort doen, zorgen interactieve media ervoor dat de gemeenschap wordt hersteld en de ideale publieke sfeer van Habermas wordt hersteld.

Bronnen:
  • Lister, Martin, et. al. New media: A critical introduction. Londen: Routledge, 2003, pp. 1-23 + 59-72.
  • Poell, Thomas. Algemeen theoretisch en historisch kader. Geschiedenis van het medialandschap. 03-11-2006
  • Poell, Thomas. Techniek I, verschillen oude en nieuw media. Geschiedenis van de nieuwe media. 06-02-2007
  • Selwyn, Neil. “Reconsidering Political and Popular Understandings of the Digital Divide.” New Media Society 6 (2004): 341-362.
  • Zeijts, Henk. WaagSociety. Nieuwe media in het actuele debat. 16-10-2007

Week 6 - Evaluatie debat WC 5

Tijdens het eerste deel van het tweede werkcollege hebben we geoefend met het debatteren met de hele groep. Twee groepjes van vier personen debatteerden met elkaar en de rest van de groep kreeg verschillende rollen toegewezen. Zo werden er twee voorzitters aangesteld en een Scrounger, deze persoon hield tijdens het debat in de gaten of er wel goed werd verwezen naar bronnen. Daarnaast waren er mensen die letten op vooroordelen, inhoudelijke argumenten, de manier waarop er werd samengevat, de thema’s die worden aangesneden en werden er een aantal leden van de ‘vormpolitie’ aangesteld. Ik maakte dit werkcollege deel uit van het één van de debatterende groepjes.
Het debat verliep redelijk soepel, alleen waren er hier en daar wel wat verbeterpunten. Het viel op dat de meeste mensen inmiddels wel aardig uit hun woorden kwamen en hun standpunten goed wisten neer te zetten. Er werd alleen nog te weinig samengevat. Ook werd er nauwlijks naar bronnen verwezen, wanneer dit echter wel het geval was gebeurde dit wel op de juiste manier. Inhoudelijk gezien werd er een aantal keer een veronderstelling gemaakt, dit is niet de juiste manier om een argument te onderbouwen. Het debat verliep over het algemeen redelijk themavast. Tot slot was een punt van kritiek dat het debat dynamiek en pit miste. De deelnemers waren meer bezig met de techniek dan met de inhoud. Dit zou kunnen worden opgelost door meer stemverheffing en meer dramatiek in het debat te brengen. Wat tevens ontbrak was de duidelijke positie die de groepjes ten opzichte van elkaar in namen. Wat zijn nu de kernargumenten en welke lijn zetten we uit? Dit zijn vragen die je jezelf moet stellen tijdens een debat. Tot slot is het handig om je betoog af te sluiten met een pakkende eindzin die de kern samenvat van je standpunt. Over mijn eigen bijdrage tijdens dit debat was ik aardig tevreden. Ik stond volledig achter mijn standpunt en vond dat ik goed uit mijn woorden kwam. Echter had ik wel meer willen zeggen. Ik merk dat, wanneer ik bij mensen in het groepje zit die dominanter zijn en makkelijker praten dan ik, ik er zelf minder snel tussen kom. Ik moet nog leren om het woord naar me toe te trekken en minder ‘beleefd’ te zijn.

Tijdens het tweede deel van het werkcollege vond het debat plaats dat was voorbereid door het debatgroepje van deze week. Zij kozen ervoor om de groep in tweeën te splitsen en tegen over elkaar te laten staan. Het voordeel van deze vorm was dat het debat een dynamisch karakter kreeg. Het nadeel was echter dat mensen die het lastig vinden om te praten, op deze manier minder actief deelnamen dan bij een andere vorm. De meeste mensen kwamen tijdens dit debat aan bod. Zelf was ik minder actief dan bij de voorgaande debatten. De reden hiervan was dat ik mijn concentratie er niet helemaal bij kon houden.

Wat betekent dit voor de ground rules voor een goed debat en een goede presentatie?
De kritiekpunten die naar voren kwamen naar aanleiding van het debat in werkcollege 5, vormen een aanvulling op de bestaande ground rules.
  • Een goede voorbereiding zorgt ervoor dat je een goed en overtuigend betoog kunt voeren en dat je je kunt voorbereiden op de argumenten van medestudenten.
  • Het aanstellen van een goede voorzitter heeft als gevolg dat het debat in goede banen wordt geleid en dat de dynamiek behouden blijft. De voorzitter kan ingrijpen op momenten dat het debat niet helemaal lekker loopt en wanneer mensen zich niet aan de regels houden. Ook kan hij het debat sturen.
  • Duidelijke regels moeten er toe leiden dat de deelnemers naar elkaar luisteren en elkaar laten uitpraten. Daarnaast moeten de regels ervoor zorgen dat de juiste mensen aan het woord komen en dat het debat zijn dynamiek behoudt. Hierbij kan rekening worden gehouden met de manier waarop mensen aan de beurt komen tijdens een debat.
  • De intentie van de deelnemers moet goed zijn. Ze moeten naar elkaar willen luisteren en elkaar laten uitpraten.
  • Een debat start met een helder betoog waarin de stelling duidelijk wordt gemaakt en beargumenteerd, maar waarin niet alle argumenten reeds worden genoemd.
  • Een debat moet een duidelijke vorm hebben die de dynamiek ten goede komt en niet onnodig voor verwarring zorgt.
  • Een debat moet een duidelijke stelling hebben.
  • Maak gebruik van metaposities en samenvattingen.

Aan deze reeds opgestelde ground rules, kan naar aanleiding van het debat in werkcollege 4 het volgende worden toegevoegd:

  • Bepaal met je groepsleden wat je kernargumenten zijn en zet een duidelijke lijn uit.
  • Onderbouw je argumenten met betrouwbare en verifieerbare bronnen.
Aan de ground rules voor een goede presentatie kunnen de volgende punten worden toegevoegd:
  • Maak aantekeningen tijdens het debat
  • Probeer op je techniek te letten, maar verlies de inhoud niet uit het oog.
  • Probeer door middel van stemverheffing dramatiek aan te brengen in het debat.
  • Zorg dat je argumenten inhoudelijk in orde zijn.
    Let hierbij op:
    - Dat wat je vertelt waarheidsgetrouw is
    - Dat je argumenten volledig zijn
    - Dat je argumenten geen tegenstrijdigheden bevatten
    - Dat je goed voorbereid bent op tegenargumenten
  • Let op je lichaamstaal
    - Sta/zit rechtop
    - Neem een open houding aan; dus geen armen over elkaar
    - Neem een actieve houding aan; dus geen handen in de zakken
  • Let op je stemgebruik
    - Let erop dat je duidelijk spreekt
    - Let op je volume, dus spreek niet te hard en niet te zacht
    - Let op je ademhaling
    - Let erop dat je niet te snel of te langzaam spreekt

Week 6 - Commentaar logboek van medestudent

Dit is het commentaar dat ik heb gegeven op de weblog van Frank Jager

Beste Frank,
Ik heb je weblog doorgenomen en ga het op de volgende punten beoordelen: inhoud, opbouw, schrijfstijl, vormgeving en het gebruik van bronnen.

Inhoud
De inhoud van je weblog ziet er op het eerste gezicht goed en volledig uit. Zo te zien heb je het goed bijgehouden! Ik vind het goed dat je de artikelen in een wetenschappelijke context hebt geplaatst door andere artikelen te betrekken in je bespreking. De stellingen sluiten prima aan op je synopsissen en zijn in mijn ogen duidelijk en discussieprikkelend. Het bespreken van de debatten tijdens de werkcolleges zou je kunnen verbeteren door iedere keer de groundrules (die we aan het begin van deze cursus hebben geformuleerd) terug te laten komen en eventueel te updaten. Bij de besprekingen van de gastcolleges mis ik de wetenschappelijke context. Misschien is het een goed idee om (zoals je al wel hebt gedaan bij de synopsissen) de visie van de gastspreker te vergelijken met standpunten van andere wetenschappers. Het valt me op dat je iets doet met het commentaar van je medestudenten. Dat vind ik positief!

Opbouw
De opbouw is in principe duidelijk, hoewel ik er zelf voor zou kiezen om niet per week alles te posten, maar per onderdeel een post te doen. Dit maakt het geheel iets overzichtelijker. Daarnaast vind ik het zelf prettig om met labels te werken. Hierdoor kan je, als lezer, meteen naar het onderdeel dat je wilt lezen zonder dat je eerst de hele blog door moet scrollen.

Schrijfstijl
Ik vind dat je een prettige schrijfstijl hebt. Je schrijft vlot, maar niet te populair. Je woordkeuze is breed, maar niet te formeel. De stijl past bij een weblog.

Vormgeving
De vormgeving is strak en daardoor overzichtelijk. Persoonlijk houd ik van wat meer kleur, waardoor de tekst aantrekkelijker oogt en meer uitnodigt tot lezen. Daarnaast kan een illustratie ook een positief effect hebben op de aantrekkelijkheid van de tekst. Maar dat is een kwestie van smaak.

Gebruik bronnen
Je hebt je bronnen goed en duidelijk vermeldt!

Kortom een prima blog met hier en daar een aantal verbeterpuntjes!

Dit was mijn commentaar, ik hoop dat je er iets aan hebt.
Succes!

Groeten, Marije

Week 6 - Commentaar op eigen logboek




Ik heb voor deze week (nog) geen commentaar ontvangen op mijn weblog

maandag 15 oktober 2007

Week 6 - Eigen verslag gastcollege

Op 16 oktober 2007 heeft Henk Zeijts van WaagSociety een gastcollege gegeven. Na zich te hebben voorgesteld gaf Dhr Zeijts een korte schets van de historie en het heden van WaagSociety. Hij legde vervolgens uit waar de instelling zich precies allemaal mee bezig houdt. De vier domeinen van WaagSociety zijn: zorg, publiek domein, cultuur&kunst en onderwijs. Na deze vier domeinen genoemd te hebben, behandelde Dhr Zeijts alle vier de domeinen apart. De vraag die centraal staat bij het domein zorg is: ‘Hoe kun je de sociale interactie versterken door nieuwe media?’ Door middel van een aantal voorbeelden van nieuwe mediatoepassingen gaf Zeijts antwoord op deze vraag. WaagSociety speelt door middel van logative, collaborative, sensitive en narrative in op vragen problemen binnen de zorg. De Projecten ‘Scottie’, een robotachtig poppetje voor kinderen die langdurig ziek zijn en ‘Pilotus’ , een interactief communicatieprogramma voor mensen met een verstandelijke handicap, zijn voorbeelden van projecten van WaagSociety op het gebied van zorg. Wat WaagSociety doet op het gebied van het domein Samenleving illustreerde Zeijts met het voorbeeld ‘Creative Commons’, een systeem dat meer vrijheid geeft in het gebruik van producten. Op het gebied van kunst en cultuur noemde Zeijts het product: ‘Scratchworkx’; een apparaat waarmee jongeren hun eigen performance kunnen maken. Al deze voorbeelden ondersteunde Zeijts met visueel materiaal. Deze filmpjes zorgden ervoor dat de presentatie levendig bleef.

Na een beeld te hebben geschetst van wat WaagSociety betekent op de verschillende domeinen, ging Zeijts in op een aantal bredere maatschappelijke trends. Hij behandelde de trends: ‘Jongeren en nieuwe technologie’ (waar hij een aantal generaliserende uitspraken deed, waardoor er een kleine discussie ontstond), ‘Gebruik van technologie’, ‘Produceren in plaats van consumeren’ en ‘Maatschappij en jongeren’. Deze trends onderbouwde hij met grafieken die op statistische gegevens waren gebaseerd. Helaas bleek dat hij deze gegevens niet altijd even goed kon uitleggen. Dit kwam enigszins onhandig en niet overtuigend over.


Het laatste onderwerp van de presentatie bevatte het domein ‘Onderwijs’. Dit was het domein waarin Zeijts zelf actief was en waar hij dan ook het meest over wist te vertellen. Vanuit de uitgangspunten voor onderwijs (relatie, creatie, donatie en reflectie) behandelde Zeijts een voorbeeld; ‘Frequentie 1550’. Dit is een interactief geschiedenisspel met behulp van mobiele telefonie. Nadat hij het voorbeeld had behandeld, kwamen er nog enkele reacties van mensen die hun kritiek uitten op het product. Buiten deze reacties kwam er weinig discussie op gang. De presentatie liet weinig ruimte voor debat. Desalniettemin vond ik het een interessante presentatie van een leuke instelling.

Week 6 - Vraag + antwoord gastcollege

De vraag die ik had voorbereid voor het gastcollege van Henk van Zeijts van WaagSociety luidde als volgt: ‘Hoe passen de nieuwe media technologieën van WaagSociety in de huidige kenniseconomie?’ De vraag heb ik uiteindelijk niet gesteld, omdat Dhr Zeijts in zijn presentatie al antwoord had gegeven op deze vraag. Het antwoord was dat de kennisecomomie nieuwe vaardigheden vereist, zowel op het gebied van onderwijs, zorg, welzijn als cultuur. De kenniseconomie vraagt om nieuwe oplossingen en de nieuwe media technologie kan deze oplossingen bieden. De rol van Waagsociety is dat deze instelling onderzoek doet naar de mogelijkheden en met de toepassingen problemen probeert op te lossen in de maatschappij.

Week 6 - Eigen zoekverslag voor bronnen


Per stelling heb ik een aantal bronnen verzameld.

Bronnen voor stelling 1: Digitale oplossingen leveren een onmisbare bijdrage aan het oplossen van problematiek van sociale interactie.


Bronnen voor stelling 2: Beeld zal in de toekomst tekst verdringen bij informatieoverdracht.



Bronnen voor stelling 3: Leren door middel van ervaringen is effectiever dan leren uit boeken.



Bronnen voor stelling 4: WaagSociety speelt in behoeften die zij zelf gecreëerd heeft


woensdag 10 oktober 2007

Week 6 - Individueel debatverslag met eigen mening&conclusie

Voorbereiding
Om dit debat zo goed mogelijk voor te bereiden hebben we als groepje op dinsdag middag na het gastcollege de hoofden bij elkaar gestoken. Onder het genot van een broodje hebben we consensus bereikt over een aantal punten: de vorm van het debat, de taakverdeling (wie doet de presentatie, wie neemt de voorzittersrol op zich en wie vormen de jury?) en natuurlijk de stellingen.
We waren het er al snel over eens dat we tijdens de eerste helft van het debat de debaters wilden laten staan en tijdens het tweede deel de deelnemers wilden laten zitten. De eerste vorm kozen we, omdat tijdens het plenaire einddebat de debaters ook zouden moeten staan. Zo kon iedereen alvast wennen aan de vorm. De tweede vorm hebben we gekozen, omdat uit onze eigen ervaringen bleek dat we dit de meest effectieve en dynamische vorm vonden.

De rollen onderling hadden we vrij snel verdeeld. Aansluitend besproken we hoe we die rollen in zouden vullen. Zo kwamen we erachter dat het handig was als de voorzitters (Ilse en Jaco) een aantal (van te voren afgesproken) richtlijnen bij de hand zouden hebben, voor het geval dat het debat stil zou komen te liggen. Door middel van deze richtlijnen zou het debat op een moment van ‘doodbloeden’ een nieuwe impuls krijgen en zouden we het debat dynamisch houden. Ook vonden we dat de voorzitters erop moesten letten dat iedereen zich aan de regels van een goed debat houdt. Dat houdt dus in dat mensen niet door elkaar praten en inhoudelijk goed op de stelling in gaan. Na de rol van de voorzitters besproken te hebben, richtten we ons op de taken van de jury (Frank en Marije) . We besloten de groundrules van een goed debat te vertalen naar een checklist. Deze checklist zou de juryleden houvast geven tijdens het beoordelen van het debat.
Over de stellingen hebben we langer gediscussieerd. De bedoeling was dat we maar liefst vier stellingen formuleerden. Drie voor de eerste helft van het debat en één voor de tweede helft. We besloten, naar aanleiding van tips van Thomas Poell, om vanuit een ‘piramide-visie’ te werk te gaan. De eerste stelling zou betrekking hebben op de brede maatschappelijke context van ‘De Waag Society’ en de laatste stelling zou inhoudelijk ingaan op het specifieke beleid van De Waag. De stellingen die we hebben geformuleerd luiden alsvolgt:
  • Digitale oplossingen leveren een onmisbare bijdrage aan het oplossen van problematiek van sociale interactie.
  • Beeld zal in de toekomst tekst verdringen bij informatieoverdracht.
  • Leren door middel van ervaringen is effectiever dan leren uit boeken.
  • De Waag speelt in op behoeftes die zij zelf heeft gecreëerd.

Het debat
Het tweede deel van het werkcollege bevatte het debat dat wij mochten organiseren en voorzitten. (voor een evaluatie van het debat tijdens de eerste helft van het debat, zie…). Wat meteen opviel was dat het debat moeizaam op gang kwam. De richtlijnen die we van te voren hadden opgesteld hebben we dan ook vrijwel allemaal ingezet. Pas op het eind van het debat ontstond er enige discussie. Één van de redenen dat het debat niet zo verliep als wij hadden gehoopt was de stelling. Velen vonden de stelling te vaag en daarom ontstond er in het begin dan ook meer discussie over de vorm van de stelling dam over de inhoud. Een reactie van Thomas Poell was dat je de ‘vaagheid’ van een stelling juist kon gebruiken om het debat naar jouw hand te zetten. Helaas gebeurde dit niet tijdens dit debat. Een tweede punt waardoor het debat niet soepel verliep was de vorm.

De keuze om mensen te laten zitten had een passieve houding tot gevolg en nodigde niet uit om actief deel te nemen aan het debat. De drempel was voor een grote groep te hoog. Een laatste punt waardoor het debat zijn dynamiek miste, was naar mijn mening dat we al drie stellingen hadden behandeld en het overgrote deel van de groep ‘uitgedebatteerd’ was geraakt. De rol van de voorzitters was in eerste instantie goed, alleen was de plaats waar zij zich bevonden in het lokaal achteraf minder strategisch dan we aanvankelijk dachten. Doordat zij zich half achter de debatterende groep bevonden, vielen zij niet echt op en konden zij hun rol van voorzitters niet optimaal beoefenen.

Conclusie
Op meerdere punten zouden we het volgende keer anders doen. Zo zou ik een staande vorm prefereren boven een zittende vorm. Ook zou ik een stelling poneren die minder interpretabel was, waardoor er meer op de inhoud zou worden ingegaan en niet op de vorm. De inzet van de voorzitters vond ik prima, alleen stond hun tafel misschien niet op een strategische plaats in het lokaal. Beter is het om de voorzitters de volgende keer een centrale plaats te geven. Tot slot wil ik graag nog even benadrukken dat het in eerste instantie heel simpel lijkt om een debat voor te zitten, dit blijkt in de praktijk echter toch behoorlijk tegen te vallen. Een leerzame ervaring dus!

Week 5 - Synopsis artikel + stelling

‘Where television and internet meet… New experience for rich media’ (Vliet, van. l)

In het artikel ‘Where television and internet meet… New experience for rich media’ schrijft auteur Harry van Vliet over de ontwikkeling van de televisie en het internet. Het internet zal zich in de toekomst gaan ontwikkelen op het gebied van bandbreedte en betrouwbaarheid en de televisie zal meer interactieve en connectieve eigenschappen krijgen. Je zou dus kunnen stellen dat internet de eigenschappen van televisie overneemt en televisie de kenmerken van internet. De vraag is nu of de twee media naast elkaar zullen blijven bestaan of dat er één apparaat komt dat de kenmerken van zowel internet als televisie in zich heeft.

De auteur begint zijn artikel met een introductie over de gevolgen van digitalisering. Hij beschrijft de veranderingen die zijn ontstaan op het gebied van content. Zo stelt hij zichzelf de vraag of de digitalisering wel zoveel voordelen met zich meebrengt. Twee argumenten die hij geeft zijn dat consumenten niet de tijd hebben om een bijdrage te leveren aan de digitale content en ten tweede dat meer content niet altijd een verbetering hoeft te zijn van de kwaliteit. Vervolgens gaat de auteur in op twee ervaringen die digitale televisie de consument biedt; Electronic Program Guides (EPG) en Video-on-demand (VoD).

In de daaropvolgende paragraaf beschrijft Van Vliet kort de geschiedenis van de televisie en gaat vervolgens dieper in op hedendaagse en toekomstige ontwikkelingen. Hij bespreekt de voordelen dat het digitale systeem heeft boven het analoge systeem. Ook introduceert hij het begrip ‘Set-top box’, dit is een interface apparaat tussen het analoge signaal en de televisie. Het apparaat zet de analoge signalen om in digitale signalen. Na een aantal opties te hebben genoemd van de Personal Digital Recorder (PDR) legt de auteur uit wat Enhanged TV is, dit is televisie met extra interactieve opties die kunnen worden geraadpleegd tijdens het kijken van een programma. Een voorbeeld hiervan is het opvragen van de scores tijdens een wedstrijd van Wimbledon. Ook Personal TV behoort tot een van de ontwikkelingen. De consument kan zijn televisie personalizen en hierdoor het brede aanbod filteren. TVgateway is een voorbeeld van personal TV.

Na de televisie uitgebreid te hebben besproken, zet de auteur de geschiedenis, het heden en de toekomst van het internet uit één. De sterke punten zijn connectiviteit en interactiviteit. De beperkte bandbreedte vormt het zwakke punt van internet. Hierdoor kan audio en video niet zo makkelijk getransporteerd worden. In de paragraaf die hierop volgt beschrijft Van Vliet de manier waarop internet en televisie elkaar kunnen ontmoeten. De argumenten van de voor,- en tegenstanders (believers en non-believers) van een convergentie zijn onder te verdelen in drie perspectieven; het technologisch perspectief, het economisch perspectief en het sociaal culturele perspectief.

Wanneer ik de visie van Van Vliet (het samenkomen van televisie en internet) in een bredere context plaats, zijn er twee namen die bij me opkomen; McLuhan en Williams. McLuhan vond dat techniek vorm gaf aan de mens. Volgens hem zijn technologische ontwikkelingen het begin van grotere historische gebeurtenissen. Je zou dus kunnen zeggen dat hij een ‘believer’ was vanuit het technologisch perspectief. Hij zou dan ook een voorstander zijn van de convergentietheorie. Williams daarentegen kan worden getypeerd als een non believer vanuit sociaal perspectief. Volgens hem geeft de mens vorm aan techniek en zou internet en televisie alleen kunnen convergeren als hier een sociale behoefte aan is. . Daarnaast neem ik het begrip 'remediation' vluchtig onder de loep. Van Vliet stelt dat op den duur televisie en internet één zullen worden. David Bolter en Richard Grusin schreven hierover dat in hun boek 'Remediation' dat elk nieuw medium eigenschappen bevat van een oud medium. De vraag is echter of het oude medium dan ook helemaal zal verdwijnen, zoals Van Vliet beoogt of dat de media naast elkaar blijven bestaan. Het verleden leert ons dat het laatste scenario het meest waarschijnlijke zal zijn. Internet kan wel de bepaalde eigenschappen van de televisie overnemen, maar lang niet alle. Zo zal de leanback positie die de televisie vereist moeilijk kunnen worden vervangen door de leanforward positie van het internet.

Bronnen:
  • Vliet, Harry van. “Where Television and Internet meet.” E-view (2002) 1 http://comcom.uvt.nl/e-view/02-1/vliet.htm
  • Gorter, Elsa. VPRO. Nieuwe media in het actuele debat. 7-10-2007
  • Schäfer, Tobias. Marshall McLuhan, Hoorcollege 4 Geschiedenis en Theorie van de Nieuwe Media, 06-02-2007.
  • Lister, Martin, et. al. New media: A critical introduction. Londen: Routledge, 2003, pp. 23-44.
  • Lister, Martin, et. al. New media: A critical introduction. Londen: Routledge, 2003, pp. 1-23 + 59-72.

dinsdag 9 oktober 2007

Week 5 - Kritisch commentaar lezing HC 5

Kritisch commentaar op de lezing van week 5: Elsa Gorter, VPRO

Op dinsdag 9 oktober 2007 heeft Elsa Gorter van de VPRO een gastcollege gegeven. Nadat Gorter zichzelf had voorgesteld begon ze met het uiteenzetten van de positie van de VPRO ten opzichte van nieuwe media. Vervolgens legde ze uit wat haar rol en de rol van HollandDoc hierin precies is. Ze gaf hierbij verschillende visuele voorbeelden. Na dit verteld te hebben, ging ze in op het begrip Digitale televisie. Het bleek dat Gorter zelf een groot voorstander is om de rol van de omroepen zo groot mogelijk te laten zijn in de digitale wereld. Volgens haar kan een omroep de kijker gidsen en begeleiden. Ik ben het daar mee eens. Ik denk dat het aanbod van het aantal zenders op de digitale televisie zo enorm groot is, dat het wel prettig is als je daar als kijker een beetje in wordt gestuurd. Gorter pleitte dus voor een digitaal omroepbestel en polste aan de hand van de stelling: ‘Er moet een digitaal omroepbestel komen’ of daar onder ons, studenten, draagvlak voor was. Dit bleek zo te zijn, echter kwam er wel een vraag over de doelgroep van een dergelijke digitale omroep. Bestaat deze doelgroep uit jonge mensen of juist uit de oude VPRO leden? Gorter antwoordde hierop dat de VPRO is, waar haar publiek is en ze om deze reden dacht dat het totale VPRO publiek een potentiële doelgroep zou kunnen vormen voor een digitale omroep.

De stelling: ‘In hoeverre worden internet en televisie één medium’ zorgde voor meer discussie. Sommige mensen dachten dat het uiteindelijk één apparaat zou gaan worden, een andere groep dat de twee media naast elkaar zouden blijven bestaan en de grootste groep verwachtte dat de twee media wel zouden integreren, maar tot op zekere hoogte. Zo zou er wel behoefte blijven aan live-televisie en zou daardoor niet het hele systeem on-demand worden. Het gepersonaliseerde karakter van Personal TV sprak veel mensen aan. Over de Enhanged TV, waarbij de kijker interactieve opties kan raadplegen tijdens het tvkijken, waren de meningen verdeeld. Niet iedereen zag het nut in van deze service.

Tot slot besprak Gorter nog een aantal digitaliseringhobbels. Daarbij besteedde zij aandacht aan de marktsituatie, de auteurswet uit 1912, de techniek, de consument en de politiek. Met de conclusie dat praktijkervaring altijd anders is dan de theorie, sloot Gorter de presentatie af. Ik vond de presentatie erg interessant. Mede door de combinatie van woord en beeld. Doordat Gorter ons tussendoor vragen liet stellen, kreeg de presentatie een interactief karakter en werd het verhaal dynamisch.
De visie van Gorter komt op sommige punten overeen met de visie van Castells. Gorter stelt dat we teruggaan naar een individuele manier van televisiekijken. Ieder bepaalt met de komst van de digitale televisie en video on demand wat hij/zij kijkt. Zelfs de content wordt meer en meer bepaald door de consument. Castells zegt hierover dat de netwerkeconomie tot gevolg heeft dat wij als individuen steeds meer deel gaan uitmaken van een netwerk, in plaats van sociale groepen en gemeenschappen. Deze ontwikkeling heeft decentralisatie en individualisering tot gevolg. Deze trends sluiten aan op de toekomstvisie van Gorter.

Bronnen:

Week 5 - Evaluatie debat WC 4

Tijdens het eerste deel van het tweede werkcollege hebben we geoefend met het debatteren met de hele groep. Twee groepjes van vier personen debatteerden met elkaar en de rest van de groep kreeg verschillende rollen toegewezen. Zo werden er twee voorzitters aangesteld en een Scrounger, deze persoon hield tijdens het debat in de gaten of er wel goed werd verwezen naar bronnen. Daarnaast waren er mensen die letten op vooroordelen, inhoudelijke argumenten, de manier waarop er werd samengevat, de thema’s die worden aangesneden en werden er een aantal leden van de ‘vormpolitie’ aangesteld. Van deze vormpolitie maakte ik zelf ook deel uit en mijn taak was om alle ground rules van een goed debat in de gaten te houden.

Wat tijdens dit debat opviel was dat de meeste mensen zich wel aardig konden verwoorden, alleen dat er wel veel werd opgelezen. De meeste mensen zaten rechtop en gebruikten hun handen tijdens het spreken. Er werden niet veel wetenschappelijke artikelen aangehaald, maar wanneer dit gebeurde, ging dit wel goed. Er moet in het vervolg alleen echter wel op worden gelet dat er niet teveel ingewikkelde termen uit wetenschappelijke artikelen worden gekopieerd, de kans bestaat dan namelijk dat mensen de draad kwijt raken. Er weren bijna geen vooroordelen geopperd, echter soms wel veronderstellingen. Wat het samenvatten betreft, kon er worden geconcludeerd dat er te lang werd samengevat; dit moet in het vervolg dus korter. Wat mij tot slot persoonlijk opviel, was dat het niet prettig is als mensen door elkaar praten of elkaar niet laten uitpraten.

Tijdens het tweede deel van het werkcollege vond het debat plaats dat was voorbereid door het debatgroepje van deze week. Zij kozen ervoor om de groep in tweeën te splitsen. Respectievelijk een tegen,- en voorgroep. In eerste instantie lieten ze deze keuze aan ons over, maar toen iedereen dezelfde mening bleek te delen, besloten ze ons toch op te delen. De vorm die ze kozen was dat we in groepen tegen over elkaar zaten en je moest gaan staan als je iets wilde zeggen. Deze vorm pakte in principe goed uit,
alleen zorgden de tafels die naar het midden van het lokaal waren verplaatst voor een te grote afstand tussen beide groepen. Zelf namen zij de rol van voorzitter op zich en grepen dan ook regelmatig in tijdens het debat. Soms zelfs iets te vaak. Het debat verliep uiteindelijk soepel en bijna iedereen kwam aan bod.

Aan het eind van het werkcollege stipte Thomas Poell enkele verbeterpunten aan
  • Gebruik niet teveel lastige termen.
  • Probeer samen te vatten, maar hou deze samenvattingen kort en bondig.
  • Niet iedereen hoeft aan bod te komen in een debat. Sommige mensen hebben een ondersteunende rol.
  • Het onderbouwen van je punt, kan je doen met ervaringen en anekdotes.
  • Er mag meer gebruik worden gemaakt van de te lezen teksten en de gastcolleges.
  • Er was teveel sprake van een sturende rol van de voorzitter.
  • Wat de organisatie betreft, mag er beter worden voorbereid. Het is een goed idee om de groep van te voren in te delen en is het misschien leuk om iedereen een keer te laten staan.

    Wat betekent dit voor de ground rules voor een goed debat en een goede presentatie?
    De kritiekpunten die naar voren kwamen naar aanleiding van het debat in werkcollege 4, vormen een aanvulling op de bestaande ground rules.
  • Een goede voorbereiding zorgt ervoor dat je een goed en overtuigend betoog kunt voeren en dat je je kunt voorbereiden op de argumenten van medestudenten.
  • Het aanstellen van een goede voorzitter heeft als gevolg dat het debat in goede banen wordt geleid en dat de dynamiek behouden blijft.De voorzitter kan ingrijpen op momenten dat het debat niet helemaal lekker loopt en wanneer mensen zich niet aan de regels houden. Ook kan hij het debat sturen.
  • Duidelijke regels moeten er toe leiden dat de deelnemers naar elkaar luisteren en elkaar laten uitpraten. Daarnaast moeten de regels ervoor zorgen dat de juiste mensen aan het woord komen en dat het debat zijn dynamiek behoudt. Hierbij kan rekening worden gehouden met de manier waarop mensen aan de beurt komen tijdens een debat.
  • De intentie van de deelnemers moet goed zijn. Ze moeten naar elkaar willen luisteren en elkaar laten uitpraten.
  • Een debat start met een helder betoog waarin de stelling duidelijk wordt gemaakt en beargumenteerd, maar waarin niet alle argumenten reeds worden genoemd.
  • Een debat moet een duidelijke vorm hebben die de dynamiek ten goede komt en niet onnodig voor verwarring zorgt.
  • Een debat moet een duidelijke stelling hebben.

    Aan deze reeds opgestelde ground rules, kan naar aanleiding van het debat in werkcollege 4 het volgende worden toegevoegd:
  • Maak gebruik van metaposities en samenvattingen.
  • Zorg ervoor dat je argumenten waterdicht zijn. Verwijs daarbij naar bronnen.

    De ground rules voor een goede presentatie blijven hetzelfde.
    1. Zorg dat je argumenten inhoudelijk in orde zijn. Let hierbij op:
    - Dat wat je vertelt waarheidsgetrouw is
    - Dat je argumenten volledig zijn
    - Dat je argumenten geen tegenstrijdigheden bevatten
    - Dat je goed voorbereid bent op tegenargumenten
    2. Let op je lichaamstaal
    - Sta/zit rechtop
    - Neem een open houding aan; dus geen armen over elkaar
    - Neem een actieve houding aan; dus geen handen in de zakken
    3. Let op je stemgebruik
    - Let erop dat je duidelijk spreekt
    - Let op je volume, dus spreek niet te hard en niet te zacht
    - Let op je ademhaling
    - Let erop dat je niet te snel of te langzaam spreekt


  • Week 5 - Commentaar logboek van medestudent

    Dit is het commentaar dat ik heb gegeven op de weblog van Jan Zoutendijk

    Beste Jan,
    Ik heb je weblog doorgenomen en ga het op de volgende punten beoordelen: inhoud, opbouw, schrijfstijl, vormgeving en het gebruik van bronnen.

    Inhoud
    De inhoud van je weblog ziet er op het eerste gezicht goed en volledig uit. Ik mis hier en daar alleen wat onderdelen, zoals het commentaar dat je (als het goed is) reeds hebt ontvangen op je weblog en commentaar dat je hebt gegeven. Wat de kopjes boven je stukken betreft, heb ik het vermoeden dat je je een week vergist. Volgens mij kwam het onderwerp ‘E-Learning’ namelijk in week 4 aan bod in plaats van in week 3. Tot slot wil ik graag nog even zeggen dat ik vind dat je de artikelen en de lezingen goed hebt besproken, echter mis ik de wetenschappelijke context. Misschien is het een idee om links te leggen met termen uit andere vakken? De debatten zijn goed en volledig besproken.

    Opbouw
    Door de keuze om al je stukken in één keer te posten en niet te werken met labels, raak ik het overzicht snel kwijt. De opbouw is logisch, alleen zou je het kunnen verduidelijken door labels te gebruiken.

    Schrijfstijl
    Ik vind dat je een prettige schrijfstijl hebt. Je schrijft vlot, maar niet te populair. Je woordkeuze is breed, maar niet te formeel. De stijl past bij een weblog.

    Vormgeving
    De vormgeving is strak en daardoor overzichtelijk. Persoonlijk houd ik van wat meer kleur, waardoor de tekst aantrekkelijker oogt en meer uitnodigt tot lezen. Maar dat is een kwestie van smaak.

    Gebruik bronnen
    Probeer bij elk stuk dat je schrijft je bron te vermelden.

    Dit was mijn commentaar, ik hoop dat je er iets aan hebt! Succes!

    Groeten,
    Marije

    Week 5 - Commentaar op eigen logboek

    Hoi Marije,
    Mijn complimenten. Het eindwerk ziet er formidabel uit! Een zeer uitgebreide verwerking van de hoor- en werkcolleges, de synopsissen, de ingenomen stellingnames, een goede verdieping en een goede verwijzing naar de geraadpleegde literatuur. Je schrijfstijl is correct, de vormgeving is áf.Toch, misschien één detail... de laatste twee postings in week 5 ontberen de anderhalve regelafstand, en de alinea's volgende op de eerste alinea in beide postings komen een inspring/tab tekort. Toch, ik zou dit eerder wijten aan de tekortkoming in de bloginterface.
    Groeten,Maurice R. de Haan
    Mijn reactie: Allereerst, bedankt Maurice voor je commentaar. Wat betreft de layout heb je gelijk. Ik heb er alles aan gedaan om overal dezelfde regelafstand toe te passen, maar op de een of andere manier wil dit maar niet lukken. Heel vreemd. Ik denk dat het aan de bloginterface ligt.

    dinsdag 2 oktober 2007

    Week 4 - Synopsis artikel + stelling

    Synopsis ‘Gaming the system What higher education can learn from multiplayer online worlds’ (Herz)

    In het artikel ‘Gaming the system. What higher education can learn from multiplayer online worlds’ schrijft auteur J.C. Herz over welke rol games kunnen spelen op het gebied van studeren. Zijn conclusie is dat games een aanzienlijke rol spelen in het leerproces. Hij begint met het beschrijven van de geschiedenis van de computergame. De eerste computergame die werd ontworpen was Spacewar. De ontwerper was Steve Russel, een afgestudeerde student. Deze game kon worden getypeerd als een zogenaamde leerervaring. Nadat de computergame vanuit het lab verplaatste naar de huiskamer, vond er een accentverschuiving plaats van academische gebruikers naar een grotere groep computergebruikers. Deze groep zou uiteindelijk ook mee gaan werken aan het opbouwen van de content van de game. Hierdoor kwamen de games er steeds beter uit te zien en werden ze steeds geavanceerder. Doordat de spelers zo’n grote rol speelden bij het maken van content, ontstond er ook een leerfactor. Spelers die reeds veel ervaring hadden opgedaan met het bouwen van games konden hun kennis overdragen op spelers die net begonnen. Je kunt dus stellen dat games ook een leerfunctie hebben. Herz bespreekt nog een aantal andere games waarin dit leerelement duidelijk aanwezig is. De kernpunten van dit artikel luiden als volgt: ten eerste is spelen ook een vorm van leren, komt het ontwerp voort uit participatie, is er sprake van een groepsidentiteit en erkenning van bijdragen en delen.

    Tot slot wil ik dit artikel graag in een wetenschappelijke context plaatsen. De visie van Herz op de rol van de game binnen de studie sluit aan op het idee dat de Duitse filosoof Jürgen Habermas had over de ideale publieke sfeer. Volgens Habermas is deze ideale publieke sfeer een plaats waarin ruimte is voor een rationele discussie, zonder dwingende machten (Poell, ‘Hoorcollege 1’ Geschiedenis van het medialandschap). De game omgeving bevat volgens Herz deze eigenschappen. De omgeving biedt namelijk mogelijkheid tot rationele discussies, zelfreflectie en leerprocessen. De theorie van de 'hete' en 'koele' media van McLuhan kan als theoretisch raamwerk worden gebruikt om het succes van de game te benadrukken. Een game is een koel medium, hetgeen betekent dat er een hoog participatievermogen (low definition) wordt vereist van de gebruiker. Dit hoge participatiegehalte, kan een positief effect hebben op het studeren. Een andere eigenschap van een game is dat iedereen producent kan zijn en hierdoor kennis kan worden uitgewisseld (Poell, ‘Hoorcollege 4’ Geschiedenis en theorie van de nieuwe media). Kortom games vormen, in de ogen van Herz, de ideale publieke sfeer (zoals Habermas deze beschreef) doordat het medium een hoge participatie vereist en een mogelijkheid biedt tot het uitwisselen van informatie.


    Bronnen:

    • Herz, Judith. “Gaming the System. What Higher Education Can Learn from Multiplayer Online Worlds.” The Internet and the University, Forum (2001): 169-191. http://http://www.educause.edu//ir/library/pdf/ffpiu019.pdf
    • Schäfer, Tobias. Marshall McLuhan, Hoorcollege 4 Geschiedenis en Theorie van de Nieuwe Media, 06-02-2007.
    • Poell, Thomas. Algemeen theoretisch en historisch kader. Geschiedenis van het medialandschap. 03-11-2006
    • Norden, Eric en Marshall McLuhan. “The Playboy Interview: Marshall McLuhan - A Candid Conversation with the High Priest of Popcult and Metaphysician of Media.” Playboy maart (1969) http://www.vcsun.org/~battias/class/454/txt/mclpb.html
    • Lister, Martin, et. al. New media: A critical introduction. Londen: Routledge, 2003, pp. 176 -182 + 192-199.
    • Raessens, Joost. “Computer games as participatory media culture”, 373-388

    Week 4 - Kritisch commentaar lezing HC 4

    Kritisch commentaar op de lezing van week 3: Robert Jan Simons, Ivlos Universiteit Utrecht

    Op dinsdag 2 oktober 2007 heeft Robert Jan Simons van het Ivlos, het expertisecentrum ICT van de Universiteit Utrecht een gastcollege gegeven. Nadat Simons zichzelf had voorgesteld begon hij met het uiteenzetten van de theorieën die ten grondslag liggen aan reflectiemethoden. Deze drie theorieën luiden als volgt: ten eerste het kritisch maatschappelijk perspectief, waarbij de Zuid-Amerikaanse pedagoog Freire en de Duitse filosoof en socioloog Habermas een belangrijke rol hebben gespeeld. Ten tweede de pragmatische benadering, welke tegenwoordig dominant is in het denken over reflectie, waarbij de Amerikaanse pedagoog Dewey en hoogleraar op het gebied van organisatiepsychologie Argyris een belangrijk aandeel hebben geleverd. Tot slot ging Simons in op de Kantiaanse benadering. Deze laatste benadering is van toepassing op Ivlos en is gebaseerd op het gedachtegoed van Kant en Procee. De relatie tussen de praktijk en de theorie staat hier centraal. Twee soorten modes die hierbij onderscheiden kunnen worden zijn: de ‘belief mode’, waarbij je jezelf de vraag stelt ‘wat is beter?’, ‘hoe kan het beter?’ en ‘wat zijn de voor,- en nadelen? en de ‘design mode’, waarbij de vraag ‘wat betekent het?’ centraal staat.

    Na deze theoretische uiteenzetting stelde Simons zichzelf en ons de vraag: ‘Welke rol kan ICT spelen bij de vormen van reflectie?’. Als antwoord hierop presenteerde hij ons twee soorten reflectievormen; het ‘annotatiesysteem’ en ‘virtual action learning’ door middel van het ‘11-val stappen model’, bestaande uit: het competentieprofiel (1), leerarrangementen (2), het verzamelen van informatie (3), het maken van leerproducten (4), de voortgangsbespreking (5), het geven van verbeteringssuggesties op VLC (6), campfire stories (7), het verbeteren van producten in de portfolio (8), de redactie (9), het assessment (10) en de beoordeling (11).

    Na de componenten van Judith Hertz te hebben onderstreept in het stappenmodel, poneerde Simons de volgende stelling: ‘Studenten van nu zijn de kenniswerkers van morgen & moeten de competenties van de kenniswerker al in het onderwijs verwerven’. Op deze stelling kwam een matige reactie. Er was een aantal mensen dat het niet eens was met deze stelling en een aantal mensen die vragen stelden over hoe Simons de kenniswerking in de praktijk voor zich zag. Er werd terecht opgemerkt dat een dergelijk systeem als het ’11-val stappen model’ alleen kan worden toegepast als er voldoende discipline is bij de deelnemers. Daarnaast werd het model niet geschikt bevonden voor universitaire studies, omdat een wetenschappelijke studie een andere insteek heeft dan bijvoorbeeld een HBO opleiding of het bedrijfsleven. Het wetenschappelijke karakter van de universiteit zou volgens velen niet passen bij het competentiegericht studeren. Volgens Simons een tekortkoming in het universitaire systeem.

    Mijn mening is dat competentiegericht leren goed werkt in het bedrijfsleven en bij opleidingen die praktijkgericht zijn. Op de universiteit zou een soortgelijk systeem ook wel kunnen werken, echter denk ik dan meer aan een minder strak systeem. Het idee van vaardigheden opdoen tijdens de studie is zeer goed, alleen moet dit wel passen bij het wetenschappelijke karakter van de universiteit. Zo zou het een optie kunnen zijn om de studenten wat meer ‘vrij’ te laten dan bij het ’11-val stappen plan’ het geval is. Ik ben van mening dat het absoluut goed is om tijdens de studie bepaalde competenties te verwerven, alleen hoef je dit niet te overdrijven. Het is belangrijk dat het wel past bij het vakgebied waar de student voor wordt opgeleid. Tot slot wil ik graag nog even benadrukken dat het individueel beoordelen van studenten niet onderschat moet worden. Simons ziet het groepswerken als een zeer positief punt. Zelf heb ik echter op zowel het MBO als het HBO meerdere malen op een competentiegerichte wijze in groepjes moeten werken, waarbij het groepsresultaat voorop stond en ik weet uit ervaring dat dit niet de manier is om studenten individuele uitdaging te bieden.

    De visie van Simons op de rol die een game kan spelen binnen de studie, vertoont overeenkomsten met de visie van John Huizinga. Hij ziet de game als een essentiële, centrale factor in onze samenleving. Zowel Simons, als Huizinga zien in de game een medium dat problemen in de samenleving kan oplossen en een centrale positie kan innemen. Eén van de centrale discussies die Lister et al. in hun boek 'New Media a critical introduction' beschrijven is het debat omtrent de rol van de game in de samenleving. Volgens de schrijvers kan gaming een belangrijke rol spelen bij het leerproces. Deze visie sluit aan op de positie die Simons aanneemt in deze kwestie.

    Bronnen:
    • Herz, Judith. “Gaming the System. What Higher Education Can Learn from Multiplayer Online Worlds.” The Internet and the University, Forum (2001): 169-191. http:// www .educause.edu /ir / library/pdf/ffpiu019.pdf
    • Lister, Martin, et. al. New media: A critical introduction. Londen: Routledge, 2003, pp. 260-279.
    • Raessens, Joost. “Computer games as participatory media culture”, 373-388

    Week 4 - Evaluatie debat WC 3


    Tijdens het eerste deel van het tweede werkcollege hebben we geoefend met het debatteren in groepjes van vier of vijf personen. hierbij was het de bedoeling dat de persoon die de stelling poneerde, eerst 3 minuten lang een betoog hield over zijn stelling. Vervolgens kreeg de persoon die de stelling moest aanvallen 1 minuut de tijd om hierop in te gaan en kreeg de eerste persoon tot slot nog 1 minuut om hier weer op te reageren. De andere twee mensen kregen de rol van voorzitter en waarnemer toegewezen. Vanwege het feit dat ik het best lastig vind om een betoog te houden dat goed loopt, dat overtuigend is en prettig om naar te luisteren, besloot ik de rol van de persoon die de stelling poneerde op te eisen.
    Naar mijn idee ging het betoog best aardig. Ik heb de stelling aan het begin van het betoog genoemd en aan het eind herhaald, ben begonnen met een anekdote en heb het gehaald om 3 minuten vol te praten. Het onderwerp zorgde er echter voor dat aan het eind van mijn betoog de stelling voor sommigen nog steeds niet helemaal duidelijk was. Het commentaar luidde dat het wel een goed betoog was, alleen was het soms wat chaotisch waardoor er geen duidelijke lijn in zat. Een manier om dat op te lossen is door aan het eind van het betoog een korte samenvatting te geven van de belangrijkste punten. De complexiteit van het onderwerp had tot gevolg dat zowel mijn debatpartner, als ikzelf er moeite mee had om het debat gaande te houden.

    Het tweede deel van het werkcollege bestond uit een groepsdebat, georganiseerd door het tweede groepje. Dit groepje had twee stellingen voorbereid. De eerste stelling luidde als volgt: ‘Je moet de creativiteit van een ander kunnen gebruiken om je eigen creativiteit te uitten.’ Deze stelling leidde had een interessante discussie tot gevolg waarin de meeste mensen uit de groep deelnamen. Ook de tweede stelling: Het auteursrecht is, in de huidige vorm, niet toepasbaar op de digitale nieuwe media. Zorgde voor een leuke discussie. De vorm die werd gebruikt was het opsteken van de hand met daarin een rood(tegen de stelling) of groen (voor de stelling) briefje.

    Aan het eind van het werkcollege stipte Thomas Poell enkele verbeterpunten aan

  • Het is goed om de kern van het betoog te herhalen en samen te vatten om een duidelijker verhaal neer te zetten.
  • De groep die het debat leidt moet meer anticiperen op argumenten.
  • Een metapositie innemen kan het debat meer dynamiek geven.
  • Het geven van een samenvatting tijdens het debat kan ervoor zorgen dat duidelijkheid wordt verschaft over de verschillende posities en dat de spreker een duidelijke lijn uit kan zetten.
  • Het ‘briefjessysteem’ dat werd toegepast door het leidende debatgroepje, bleek in de praktijk eerder verwarrend dan verhelderend te werken.
  • De stellingen bleken verwarring op te wekken.
  • De voorzitter mag in het vervolg meer ingrijpen tijdens het debat.
  • Het noemen van bronnen is erg belangrijk.

    Wat betekent dit voor de ground rules voor een goed debat en een goede presentatie?
    De kritiekpunten die naar voren kwamen naar aanleiding van het debat in werkcollege 2, vormen een aanvulling op de bestaande ground rules.
  • Een goede voorbereiding zorgt ervoor dat je een goed en overtuigend betoog kunt voeren en dat je je kunt voorbereiden op de argumenten van medestudenten.
  • Het aanstellen van een goede voorzitter heeft als gevolg dat het debat in goede banen wordt geleid en dat de dynamiek behouden blijft.De voorzitter kan ingrijpen op momenten dat het debat niet helemaal lekker loopt en wanneer mensen zich niet aan de regels houden. Ook kan hij het debat sturen.
  • Duidelijke regels moeten er toe leiden dat de deelnemers naar elkaar luisteren en elkaar laten uitpraten. Daarnaast moeten de regels ervoor zorgen dat de juiste mensen aan het woord komen en dat het debat zijn dynamiek behoudt. Hierbij kan rekening worden gehouden met de manier waarop mensen aan de beurt komen tijdens een debat.
  • De intentie van de deelnemers moet goed zijn. Ze moeten naar elkaar willen luisteren en elkaar laten uitpraten.
  • Een debat start met een helder betoog waarin de stelling duidelijk wordt gemaakt en beargumenteerd, maar waarin niet alle argumenten reeds worden genoemd.

    Aan deze reeds opgestelde ground rules, kan naar aanleiding van het debat in werkcollege 3 het volgende worden toegevoegd:
  • Een debat moet een duidelijke vorm hebben die de dynamiek ten goede komt en niet onnodig voor verwarring zorgt.
  • Een debat moet een duidelijke stelling hebben.

    De ground rules voor een goede presentatie blijven hetzelfde.
    1. Zorg dat je argumenten inhoudelijk in orde zijn. Let hierbij op:
    - Dat wat je vertelt waarheidsgetrouw is
    - Dat je argumenten volledig zijn
    - Dat je argumenten geen tegenstrijdigheden bevatten
    - Dat je goed voorbereid bent op tegenargumenten
    2. Let op je lichaamstaal
    - Sta/zit rechtop
    - Neem een open houding aan; dus geen armen over elkaar
    - Neem een actieve houding aan; dus geen handen in de zakken
    3. Let op je stemgebruik
    - Let erop dat je duidelijk spreekt
    - Let op je volume, dus spreek niet te hard en niet te zacht
    - Let op je ademhaling
    - Let erop dat je niet te snel of te langzaam spreekt

  • Week 4 - Commentaar logboek van medestudent

    Dit is het commentaar dat ik heb gegeven op de weblog van Marlon Wichen:

    Beste Marlon,

    Ik heb je weblog doorgenomen en ga het op de volgende punten beoordelen: inhoud, opbouw, schrijfstijl, vormgeving en het gebruik van bronnen.

    Inhoud
    Wat de inhoud betreft denk ik dat je redelijk beknopt bent geweest. In principe staat alles erin wat erin moet staan, maar ik denk dat je hier en daar wat dieper op de materie in kan gaan. Bij de synopsissen mis ik de context. Probeer een link te leggen met termen uit andere vakken die je al hebt gevolgd en hierdoor de gelezen tekst in een bredere context te plaatsen. De kritische reflectie op de lezingen zijn wat aan de korte kant. Ik denk ook dat als je zegt ‘Ik vond de lezing goed’ of ‘Ik vond de lezing saai’ wel goed moet onderbouwen waarom je dat vindt. Ook de reflectie op het debat van de week ervoor vind ik persoonlijk iets te beknopt. Je bespreekt wel de hoofdpunten, maar gaat verder niet echt op details in van het debat (zoals bijvoorbeeld de gekozen vorm). Het is misschien een idee om de ground rules (die je in week 1 hebt opgesteld) als leidraad te gebruiken bij het beschrijven van de voortgang van het debat.

    Opbouw

    Je hebt ervoor gekozen om alle opdrachten per werkcollege in één keer te posten. Dit kan werken mits je ervoor zorgt dat je onderscheid maakt tussen de verschillende opdrachten. Dit onderscheid mis ik een beetje. Doordat je voor zowel de koppen als de platte tekst hetzelfde lettertype hebt gebruikt, is het niet geheel duidelijk is waar de verschillende onderdelen beginnen. Het is dus misschien een idee om de kopjes vet te maken en een het formaat van het lettertype te vergroten. Daarnaast vind ik een regel als ‘ Synopsis van het artikel dat in die week gelezen worden (max. 500 woorden per artikel) en 1 stelling die op het artikel en de actualiteit gebaseerd is.’ Waarin de opdracht wordt uitgelegd aan het begin van elk onderdeel het geheel niet echt verduidelijken. Je zou ervoor kunnen kiezen om deze opdrachtbeschrijving eenmalig onder een aparte topic te plaatsen.

    Schrijfstijl
    Ik vind je schrijfstijl over het algemeen prettig. Je gebruikt korte zinnen en je woordkeuze is begrijpelijk. Probeer alleen niet teveel in spreektaal te schrijven.

    Vormgeving

    De vormgeving is strak en daardoor overzichtelijk. Persoonlijk houd ik van wat meer kleur, waardoor de tekst aantrekkelijker oogt en meer uitnodigt om te lezen. Maar dat is een kwestie van smaak.

    Gebruik bronnen
    Probeer bij elk stuk dat je schrijft je bron te vermelden.

    Dit was mijn commentaar, ik hoop dat je er iets aan hebt! Succes!

    Groeten,
    Marije