Tijdens het eerste deel van het tweede werkcollege hebben we geoefend met het debatteren in duo’s. hierbij was het de bedoeling dat de persoon die de stelling poneerde, eerst 3 minuten lang een betoog hield over zijn stelling. Vervolgens kreeg de andere persoon 1 minuut de tijd om hierop in te gaan en kreeg de eerste persoon tot slot nog 1 minuut om hier weer op te reageren. Mijn ervaring was dat ik het lastig vond om 3 minuten vol te praten en er dan ook nog voor te zorgen dat het een soepel lopend verhaal was. Ik merkte dat ik dingen ging herhalen om de tijd op te vullen. Voor dit college had ik een stelling voorbereid waar ik van hoopte dat het enige discussie op zou roepen, maar waar ik zelf niet helemaal achter stond. Tijdens het debat merkte ik dan ook dat mijn stelling vrij snel omver werd geworpen en dat ik geen weerwoord meer had. Ik ben dan ook benieuwd hoe ik een provocerende stelling kan verdedigen waar ik zelf niet 100% achtersta.Het tweede deel van het werkcollege bestond uit een groepsdebat, georganiseerd door het eerste groepje. De stelling luidde als volgt: ‘Er moet een grondwet komen in Second Life’. Deze stelling leidde tot een pittige discussie waarin de meeste mensen uit de groep deelnamen. Voordat de stelling begon deden de voorzitters een korte opinie peiling, waaruit bleek dat de meeste mensen tegen de stelling waren. Aan het eind van het debat bleek er niet veel veranderd te zijn.
Aan het eind van het werkcollege stipte Thomas Poell enkele verbeterpunten aan
Het rondkijken tijdens het spreken ging bij de meeste mensen goed, echter niet bij iedereen. Belangrijk is om er op te letten niet een bron van autoriteit aan te kijken (zoals in dit geval Thomas Poell).
De inleiding van het debat duurde te lang en er werden teveel argumenten geponeerd.
De persoon die het eerste stond, mocht reageren. In de praktijk blijkt dit echter niet altijd even goed te werken, omdat mensen dan niet direct op elkaar kunnen reageren. Dit heeft een negatieve invloed op de dynamiek van het debat.
Tom en Jan gaven een aantal keren het goede voorbeeld door een metapositie in te nemen tijdens het debat. Een metapositie houdt in dat je een korte samenvatting geeft van de stand van zaken tot nu toe en hierdoor een duidelijke lijn uitzet van jouw positie in het debat.
De voorzitter mag in het vervolg actiever zijn en vaker ingrijpen als dat nodig is.
Wat betekent dit voor de ground rules voor een goed debat en een goede presentatie?
De kritiekpunten die naar voren kwamen naar aanleiding van het debat in werkcollege 2, vormen een aanvulling op de bestaande ground rules.
- Een goede voorbereiding zorgt ervoor dat je een goed en overtuigend betoog kunt voeren en dat je je kunt voorbereiden op de argumenten van medestudenten.
- Het aanstellen van een goede voorzitter heeft als gevolg dat het debat in goede banen wordt geleid en dat de dynamiek behouden blijft.
- Duidelijke regels moeten er toe leiden dat de deelnemers naar elkaar luisteren en elkaar laten uitpraten. Daarnaast moeten de regels ervoor zorgen dat de juiste mensen aan het woord komen en dat het debat zijn dynamiek behoudt. Hierbij kan rekening worden gehouden met de manier waarop mensen aan de beurt komen tijdens een debat.
- De intentie van de deelnemers moet goed zijn. Ze moeten naar elkaar willen luisteren en elkaar laten uitpraten.
Aan deze reeds opgestelde ground rules, kan naar aanleiding van het debat in werkcollege 2 het volgende worden toegevoegd: - Een debat start met een helder betoog waarin de stelling duidelijk wordt gemaakt en beargumenteerd, maar waarin niet alle argumenten reeds worden genoemd.
De ground rules voor een goede presentatie blijven hetzelfde.
1. Zorg dat je argumenten inhoudelijk in orde zijn. Let hierbij op:
- Dat wat je vertelt waarheidsgetrouw is
- Dat je argumenten volledig zijn
- Dat je argumenten geen tegenstrijdigheden bevatten
- Dat je goed voorbereid bent op tegenargumenten
2. Let op je lichaamstaal
- Sta/zit rechtop
- Neem een open houding aan; dus geen armen over elkaar
- Neem een actieve houding aan; dus geen handen in de zakken
3. Let op je stemgebruik
- Let erop dat je duidelijk spreekt
- Let op je volume, dus spreek niet te hard en niet te zacht
- Let op je ademhaling
- Let erop dat je niet te snel of te langzaam spreekt
1. Zorg dat je argumenten inhoudelijk in orde zijn. Let hierbij op:
- Dat wat je vertelt waarheidsgetrouw is
- Dat je argumenten volledig zijn
- Dat je argumenten geen tegenstrijdigheden bevatten
- Dat je goed voorbereid bent op tegenargumenten
2. Let op je lichaamstaal
- Sta/zit rechtop
- Neem een open houding aan; dus geen armen over elkaar
- Neem een actieve houding aan; dus geen handen in de zakken
3. Let op je stemgebruik
- Let erop dat je duidelijk spreekt
- Let op je volume, dus spreek niet te hard en niet te zacht
- Let op je ademhaling
- Let erop dat je niet te snel of te langzaam spreekt
Geen opmerkingen:
Een reactie posten