woensdag 26 september 2007

Week 3 - Synopsis artikel + stelling

Synopsis ‘Confessions of an Intellectual (Property): Danger Mouse, Mickey Mouse, Sonny Bono, and My Long and Winding Path as a Copyright Activist-Academic’

Het artikel ‘Confessions of an Intellectual (Property): Danger Mouse, Mickey Mouse, Sonny Bono, and My Long and Winding Path as a Copyright Activist-Academic’ begint met een inleiding. Hierin beschrijft auteur Kembrew McLeod zijn ervaringen met het auteursrecht op internet. Na het plaatsen van het album ‘Grey Album’ van Danger Mouse, werd hem een proces aangespannen door EMI, de platenmaatschappij van de Beatles. De reden hiervan was dat The Grey Album een zogenaamde Mashup was van The White Album van The Beatles en The Black Album van de rapper Jay-Z.

Na deze inleiding beschrijft de auteur de achtergrond van de zogenaamde ‘collagecultuur’ die op dit moment dominant is in de muziekindustrie. De oorsprong van deze cultuur ligt in de ‘musique concrète’ . Deze muziekstroming typeert zich door het experimenteren met en combineren van verschillende geluiden en ontstond na de tweede wereldoorlog. Na deze historische ontwikkeling te hebben behandeld, benadrukt de auteur dat het auteursrecht maar weinig is aangepast aan de huidige collagecultuur.

In het volgende hoofdstuk legt de auteur uit wat het begrip ‘Mash up’ precies inhoudt en wat dit betekent voor het auteursrecht. Een mashup is een combinatie van bestaande nummers, vaak uit de hoge en lage popcultuur. Mashups bevestigen dat Theodor Adorno gelijk had wat betreft het simplistiche karakter van popmuziek. Volgens Adorno zijn alle popnummers opgebouwd uit dezelfde simpele componenten, die makkelijk met elkaar kunnen worden gecombineerd. Een mashup bewijst dat dit ook daadwerkelijk het geval is.

De komst van internet en voor iedereen toegankelijke programma’s om mashups te produceren, zorgt ervoor dat in principe iedereen mashups kan maken en verspreiden. Daarnaast kan iedereen de nummers downloaden. Deze ontwikkelingen hebben tot gevolg dat de hiërarchie van de popcultuur omver wordt geworpen. De vraag die nu gesteld kan worden is wie nu eigenlijk de auteur is van een mashup. Het auteursrecht krijgt hierdoor een heel andere betekenis.

De auteur heeft besloten om zijn uitdrukking ‘Freedom of expression’ te claimen. Met deze uitdrukking verwierf hij internationale bekendheid. Volgens McLeod kan de creativiteit en vrije uitwisseling van ideëen gewaarborgd blijven als er meer Creative Commons zijn en als de vrijheid wordt gewaarborgd van de digitale cultuur.
Na dit artikel uiteengezet te hebben, ga ik graag nog even iets dieper in op het standpunt van McLeod ten op zichte van dat van Adorno.


Stelling I : Het auteursrecht stimuleert creativiteit.

Stelling II: auteursrecht moet auteursplicht worden op internet.

Bronnen:

  • Nood, de. D., en Attema, J. “Second Life. Het tweede leven in virtual reality” [2006] EPN -20-09-2007 – http:// www .epn.net/interrealiteit / Second_Life Het _ Tweede _ Leve _van_Virtual_Reality.pdf

Week 3 - Kritisch commentaar lezing HC 3

Kritisch commentaar op de lezing van week 3: Tim Kuik, Stichting BREIN

Op dinsdag 25 september 2007 heeft Tim Kuik van Stichting BREIN een gastcollege gegeven. Tijdens dit college vertelde hij ons wat de stichting BREIN precies inhoudt. Het doel van de stichting is het handhaven van het auteursrecht van auteurs, artiesten, producenten, distributeurs, uitgevers van muziek en film en interactieve software. Samen met de overheid bestrijdt BREIN piraterij op het internet. Voorbeelden van actuele vormen van internetpiraterij zijn: aanbod van illegale bestanden en dragers en CD-R en DVD-R piraterij. Het grote verschil met ‘vroeger’ is dat de consument nu de piraat is, terwijl die rol vroeger was weggelegd voor de handelaar. Na al deze informatie te hebben overgebracht, poneerde Kuik de volgende stelling: ‘Creativiteit steunen of stelen?’ Onmiddellijk werd opgemerkt dat de stelling niet klopt, omdat auteursrecht niet alleen betrekking heeft op creativiteit, maar juist op commerciële doelen. Naar mijn mening sluimerde door de stelling teveel de mening van Dhr. Kuik heen. ‘Steunen’ is immers een positief begrip, terwijl ‘stelen’ het tegenovergestelde is. De discussie kwam vervolgens moeizaam op gang. De bijdrage die mijn medestudenten leverden bestond voornamelijk uit vragen, en dan met name de vraag wat wel en niet legaal is op het gebied van downloaden. De overige reacties hadden voornamelijk betrekking op slechts één component van het auteursrecht; namelijk het auteursrecht van muzikanten. Wat opviel was dat Dhr. Kuik waterdichte, en soms iets te lange, antwoorden gaf waardoor de meeste mensen het uiteindelijk met hem eens waren. Ik zelf was het ook eens met zijn stelling.

Bronnen:
  • McLeod, Kembrew. “Confessions of an Intellectual (Property): Danger Mouse, Mickey Mouse, Sonny Bono, and My Long and Winding Path as a Copyright Activist-Academic.” Popular Music and Society 28 (2005): 79-93.
  • Kuik, Tim. Stichting Brein. Nieuwe media in het actuele debat. 25-09-2007

Week 3 - Evaluatie debat WC 2

Tijdens het eerste deel van het tweede werkcollege hebben we geoefend met het debatteren in duo’s. hierbij was het de bedoeling dat de persoon die de stelling poneerde, eerst 3 minuten lang een betoog hield over zijn stelling. Vervolgens kreeg de andere persoon 1 minuut de tijd om hierop in te gaan en kreeg de eerste persoon tot slot nog 1 minuut om hier weer op te reageren. Mijn ervaring was dat ik het lastig vond om 3 minuten vol te praten en er dan ook nog voor te zorgen dat het een soepel lopend verhaal was. Ik merkte dat ik dingen ging herhalen om de tijd op te vullen. Voor dit college had ik een stelling voorbereid waar ik van hoopte dat het enige discussie op zou roepen, maar waar ik zelf niet helemaal achter stond. Tijdens het debat merkte ik dan ook dat mijn stelling vrij snel omver werd geworpen en dat ik geen weerwoord meer had. Ik ben dan ook benieuwd hoe ik een provocerende stelling kan verdedigen waar ik zelf niet 100% achtersta.
Het tweede deel van het werkcollege bestond uit een groepsdebat, georganiseerd door het eerste groepje. De stelling luidde als volgt: ‘Er moet een grondwet komen in Second Life’. Deze stelling leidde tot een pittige discussie waarin de meeste mensen uit de groep deelnamen. Voordat de stelling begon deden de voorzitters een korte opinie peiling, waaruit bleek dat de meeste mensen tegen de stelling waren. Aan het eind van het debat bleek er niet veel veranderd te zijn.

Aan het eind van het werkcollege stipte Thomas Poell enkele verbeterpunten aan

  • Het rondkijken tijdens het spreken ging bij de meeste mensen goed, echter niet bij iedereen. Belangrijk is om er op te letten niet een bron van autoriteit aan te kijken (zoals in dit geval Thomas Poell).
  • De inleiding van het debat duurde te lang en er werden teveel argumenten geponeerd.
  • De persoon die het eerste stond, mocht reageren. In de praktijk blijkt dit echter niet altijd even goed te werken, omdat mensen dan niet direct op elkaar kunnen reageren. Dit heeft een negatieve invloed op de dynamiek van het debat.
  • Tom en Jan gaven een aantal keren het goede voorbeeld door een metapositie in te nemen tijdens het debat. Een metapositie houdt in dat je een korte samenvatting geeft van de stand van zaken tot nu toe en hierdoor een duidelijke lijn uitzet van jouw positie in het debat.
  • De voorzitter mag in het vervolg actiever zijn en vaker ingrijpen als dat nodig is.
  • Wat betekent dit voor de ground rules voor een goed debat en een goede presentatie?


    De kritiekpunten die naar voren kwamen naar aanleiding van het debat in werkcollege 2, vormen een aanvulling op de bestaande ground rules.
    • Een goede voorbereiding zorgt ervoor dat je een goed en overtuigend betoog kunt voeren en dat je je kunt voorbereiden op de argumenten van medestudenten.
    • Het aanstellen van een goede voorzitter heeft als gevolg dat het debat in goede banen wordt geleid en dat de dynamiek behouden blijft.
    • Duidelijke regels moeten er toe leiden dat de deelnemers naar elkaar luisteren en elkaar laten uitpraten. Daarnaast moeten de regels ervoor zorgen dat de juiste mensen aan het woord komen en dat het debat zijn dynamiek behoudt. Hierbij kan rekening worden gehouden met de manier waarop mensen aan de beurt komen tijdens een debat.
    • De intentie van de deelnemers moet goed zijn. Ze moeten naar elkaar willen luisteren en elkaar laten uitpraten.
      Aan deze reeds opgestelde ground rules, kan naar aanleiding van het debat in werkcollege 2 het volgende worden toegevoegd:
    • Een debat start met een helder betoog waarin de stelling duidelijk wordt gemaakt en beargumenteerd, maar waarin niet alle argumenten reeds worden genoemd.
    De ground rules voor een goede presentatie blijven hetzelfde.
    1. Zorg dat je argumenten inhoudelijk in orde zijn. Let hierbij op:
    - Dat wat je vertelt waarheidsgetrouw is
    - Dat je argumenten volledig zijn
    - Dat je argumenten geen tegenstrijdigheden bevatten
    - Dat je goed voorbereid bent op tegenargumenten
    2. Let op je lichaamstaal
    - Sta/zit rechtop
    - Neem een open houding aan; dus geen armen over elkaar
    - Neem een actieve houding aan; dus geen handen in de zakken
    3. Let op je stemgebruik
    - Let erop dat je duidelijk spreekt
    - Let op je volume, dus spreek niet te hard en niet te zacht
    - Let op je ademhaling
    - Let erop dat je niet te snel of te langzaam spreekt

    Week 3 - Commentaar logboek van medestudent


    Dit is het commentaar dat ik heb gegeven op de weblog van Tom van de Wetering:

    Beste Tom,
    Ik heb je weblog doorgenomen en ga het op de volgende punten beoordelen: inhoud, opbouw, schrijfstijl, vormgeving en het gebruik van bronnen.


    Inhoud
    Wat de inhoud betreft, kan ik kort zijn. Je hebt namelijk alleen de filmanalyse van ‘Twelve Angry Men’ gepubliceerd. Ten eerste is het mij niet helemaal duidelijk wie je met ‘de hoofdpersoon’ bedoelt. Misschien is het handig om de naam van deze man op te zoeken of wat uiterlijke kenmerken van hem te vermelden. Ook vraag ik me af waarom het opstaan tijdens het spreken bij het besproken personage extra opvalt ten op zichte van de andere personages die hetzelfde gedrag vertonen. De kenmerken die je zijn opgevallen wat de lichaamstaal van het karakter betreft, zijn duidelijk en helder beschreven. Ik vind het echter nog wel een beetje beperkt.

    Opbouw
    De opbouw van je filmanalyse is duidelijk. Je begint met een korte inleiding over wat er te zien is in de film en op welke punten je hebt gelet. Vervolgens heb je de fysieke kenmerken van het personage duidelijk beschreven. De keuze om per kenmerk een nieuwe alinea te beginnen, zorgt ervoor dat je analyse overzichtelijk en prettig leesbaar is.

    Schrijfstijl
    Je schrijfstijl is prettig. Het gebruik van korte en bondige zinnen levert hier een bijdrage aan. Toch heb ik een paar kleine kritiekpuntjes. In de eerste zin: “Wat opvalt is dat niet de inhoud van het debat het meeste aanspraak maar de manier waarop de meningen worden gepresenteerd.” Mis je het woord ‘maakt’ tussen ‘aanspraak’ en ‘maar’. Probeer zinnen ook niet te beginnen met ‘En’ en plaats geen comma’s waar ze niet horen, zoals in de zin: Op zo een moment besluit hij zo iemand volledig te negeren, door uit het raam te gaan kijken.’

    Vormgeving
    Ik vind de vormgeving helder en duidelijk. Misschien wel een beetje saai. Ik denk dat het toevoegen van kleur en eventueel illustraties de tekst kan verlevendigen en meer kan uitnodigen tot lezen.

    Gebruikbronnen
    Bij de analyse mis ik de bron.

    Dit was mijn commentaar, ik hoop dat je er iets aan hebt! Succes!

    Groeten,
    Marije

    Week 3 - Commentaar op eigen logboek


    Hoi Marije,

    Hierbij mijn commentaar op je blog.
    Inhoudelijk ga je uitgebreid op de zaken in en is je schrijfstijl voor zover ik heb kunen ontdekken foutloos (hulde!) en erg prettig om te lezen. Waar het de reacties op de plenaire debatten betreft, daar zou je wat nader in kunnen gaan op de gevolgen van de gekozen vorm. Als laatste mis ik hier en daar de aansluiting op de bredere context van de nieuwe mediatheorie. De opbouw van je posts en bronvermelding lijkt me verder dik in orde.
    Misschien heb je je lettertype al aangepast, mij komt het nu prima leesbaar over. Je archief is overzichtelijk op deze manier, vooral omdat je duidelijk de weken aangeeft en daarbij elke week dezelfde posttitels gebruikt. je loopt wel de kans dat de lijst erg lang wordt wanneer we een aantal weken verder zijn, maar mocht dat een probleem worden dan zou je kunnen denken aan het gebruik van labels om hoofdstukken aan te brengen. Tenslotte een complimentje voor je gebruik van afbeeldingen, een grote lap tekst komt zo een stuk aantrekkelijker over!

    Groetjes, Shirley


    Mijn reactie: Allereerst Shirley, bedankt voor je commentaar op mij weblog! Het is inderdaad een goed idee om meer aandacht te besteden aan de gekozen debatvormen. Dit ga ik dan ook zeker toevoegen aan mijn weblog. Het probleem van de lange onoverzichtelijke lijst met weblogonderdelen heb ik inmiddels opgelost door labels te gebruiken, bedankt voor deze tip! Tot slot ben ik van plan om de synopsissen inderdaad in eenn bredere context te plaatsen.


    donderdag 20 september 2007

    Week 2 - Synopsis artikel + stelling

    Het artikel ‘Second Life’ Het tweede leven van Virtual Reality’ omvat het verslag van het onderzoek uitgevoerd door EPN, naar welke invloed de virtuele wereld ‘Second Life’ op het echte leven heeft. Hierbij wordt gekeken naar de invloed van de virtuele wereld op het gebied van welzijn, economie en recht.
    Ten grondslag aan dit onderzoek ligt de stelling dat de virtuele wereld ‘Second Life’ zeer dicht bij de werkelijkheid komt en dat om deze reden het begrip ‘interrealiteit’, wat de hybride totaal beleving van fysieke en visuele werkelijkheden inhoudt, betrekking heeft op Second Life. Bij deze stelling kan je je afvragen in hoeverre Second Life de werkelijkheid benadert als er geen tactiel contact mogelijk is. De onderzoekers vermelden dat er echter nóg geen fysiek contact mogelijk is. Is het alleen wel reëel om te veronderstellen dat dit contact ooit mogelijk zal zijn?
    Kritiek die kan worden geuit op de methodologie van dit onderzoek is dat er geen sprake is van een a-selecte steekproef. De onderzoekers zijn actief op zoek gegaan naar respondenten en hebben deze zelf geselecteerd. Daarnaast is er een beperking op het gebied van de te onderzoeken locaties, omdat de onderzoekers geen toegang hadden tot beschermde of afgeschermde locaties. De onderzoekers hebben dus een grote groep Second Life gebruikers buiten beschouwing gelaten. Ook is er sprake van een volgorde-effect in de vragenlijsten, doordat de vragen niet ad random zijn opgesteld. Tot slot kan je jezelf afvragen hoe betrouwbaar de resultaten zijn als je, zoals in het onderzoek wordt gezegd, de respondenten op hun woord geloofd. Zij bevinden zich tenslotte in een omgeving waar anonimiteit een grote rol speelt. In hoeverre speelt deze anonimiteit een rol bij het beantwoorden van de vragen? En is het dan wel slim om het onderzoek uit te voeren in Second Life in plaats van in de ‘echte’ wereld?
    Het onderzoek richt zich op de vraag welke invloed Second life heeft op de echte wereld, en dan met name op de gebieden welzijn, economie en recht. Aan de hand van deze variabelen zijn de resultaten ingedeeld. De conclusies die vervolgens zijn getrokken, luiden als volgt: het blijkt dat een groot deel van de Second Life gebruikers zich meer dan 20 uur, en sommige zelfs meer dan 30 uur per week, in de virtuele wereld bevinden. Deze gebruikers zijn voornamelijk vrouw en vaak werkzaam in de IT, communicatie of creatieve sector waar zij een hoog inkomen hebben. De groep gebruikers uit de creatieve sector blijkt zich in Second Life vaak te profileren als producer in plaats van als consumer. De groep die de meeste tijd doorbrengt is meestal zowel enonomisch als sociaal bevoorrecht in het echte leven. Het hoofdmotief om deel te nemen aan Second Life is voor de meeste mensen ‘fun’ en daarna het sociale aspect. Tot slot blijkt uit het onderzoek dat de gebruikers geen behoefte hebben aan meer handhaving binnen het spel, hoewel bijna de helft weleens zegt wel eens te zijn lastig gevallen.
    Na deze uiteenzetting van het artikel, wil ik het artikel in een bredere wetenschappelijke context plaatsen. Dit wil ik doen door Second Life eens door de bril van Jurgen Habermas te bekijken.De ideale publieke sfeer zoals Habermas deze zich voorstelde kan worden beschreven als een publieke ruimte waarin er plaats is voor een rationeel debat. Iedereen moet deel kunnen nemen aan dit debat, ongeacht de achtergrond van de deelnemer. Wat dat laatste punt betreft zou Second Life als een nieuw soort ideale publieke sfeer kunnen worden beschouwd. Een vraag die echter rijst, is of er wel sprake is van een inhoudelijk debat. Hebben mensen in Second Life gesprekken met elkaar over koetjes en kalfjes of debatteren zij op rationele wijze over de wereldproblematiek?
    Stelling I
    Ik denk dat iedereen zichzelf wel eens de vraag heeft gesteld hoe het zou zijn om voor één dag iemand te zijn van het andere geslacht. En ik durf te wedden dat ook iedereen er wel eens van heeft gedroomd hoe is het om te kunnen vliegen. Vandaag de dag is het mogelijk om het echt te beleven in Second Life, een virtuele wereld op internet; Vandaag nog bezoek je in Londen een concert van U2 om morgen sushi te eten in Japan. Niets is onmogelijk en de mogelijkheden zijn oneindig. Ben je in real life een man? In Second Life kan je beleven hoe het is om een vrouw te zijn. Ben je in real life gehandicapt? In Second Life doe je mee aan een hardloopwedstrijd. Second Life biedt je kansen en mogelijkheden die je in het echte leven nooit zou hebben gekregen. Mijn stelling luidt daarom ook:

    Stelling: Second Life is een verrijking van het echte leven.
    Stelling II
    In Second Life kan je een leven creëren zoals jij dat wilt. Ben je een man, dan kan je in Second Life een vrouw zijn. Ben je dik? Dan zorg je dat je avatar maatje 34 heeft. Woon je 4 hoog achter; in Second Life heb je een vrijstaande villa. Alles is mogelijk in Second Life en de mogelijkheden zijn oneindig. Waar ligt echter de grens? Als je in Second Life gewend bent aan een mooi lichaam, 100 ‘vrienden’ om je heen en een mooi huis, maakt dat je in het echte leven niet ongelukkiger en ontevredener? Of erger nog, je bent een man die het in het echte leven graag sexuele activiteiten zou willen ontplooien met kinderen, maar dit niet doet omdat er dan een straf boven je hoofd hangt. In Second Life zijn er geen straffen en kan je wel je gang gaan, zou je dan niet willen dat dit in de echte wereld ook zou kunnen? Je zou kunnen stellen dat het perfecte leven dat je leidt in Second Life negatieve gevolgen kan hebben in het echte leven. Van ontevredenheid tot misdaden. Mijn stelling luidt dan ook alsvolgt:
    Stelling: Second Life vormt een bedreiging voor het welzijn van de samenleving

    Bron: v Nood, de. D., en Attema, J. “Second Life. Het tweede leven in virtual reality” [2006] EPN -20-09-2007 – http:// www .epn.net/interrealiteit / Second_Life Het _ Tweede _ Leve _van_Virtual_Reality.pdf

    Week 2 - Kritisch commentaar lezing HC 2

    Op dinsdag 18 september 2007 heeft David de Nood van EPN een gastcollege gegeven. Tijdens dit college lichtte hij het rapport, dat onlangs is verschenen naar aanleiding van het EPN onderzoek naar de virtuele wereld Second Life, toe. De Nood begon met het aanreiken van informatie over EPN en het onderzoek. Ook liet hij aan de hand van illustraties zien welk beeld de media bij ons schetsen van Second Life. Persoonlijk vond ik dit beeld nogal kort door de bocht en ben ik van mening dat de media een genuanceerder beeld schetst dan De Nood ons vertelde.
    Vervolgens deponeerde hij een aantal stellingen die betrekking hadden op de onderzoeksgebieden. Zijn eerste stelling luidde als volgt: ‘Mensen die deelnemen aan Second Life zijn in het echte leven vaak onsuccesvol’. Met deze stelling waren niet veel mensen het eens. Zijn tweede stelling (over welzijn): ‘Welzijn in reallife hangt samen met het welzijn in second life’ bleek in eerste instantie veel weerstand op te roepen, maar nadat de resultaten waren gepresenteerd, was vrijwel iedereen het eens met deze stelling. De derde stelling ‘de virtuele economie zal een enorme impact hebben op de echte economie’ en de vierde stelling ‘delicten in de virtuele wereld zijn geen echte delicten’ riepen tot slot nog enige discussie op. De manier om de stelling te presenteren, vervolgens argumenten en resultaten te laten zien die de stelling bevestigen en daarna weer de stelling laten zien, zorgt ervoor er dat er weinig discussie op gang komt, omdat de meeste mensen het met de stelling eens zijn. Het was dan ook, in mijn ogen, voornamelijk het doel om vooroordelen omtrent Second Life weg te nemen en ons een positief beeld van de virtuele wereld te schetsen.
    Tot slot bleek de onderzoeksmethode en het onderzoeksmateriaal niet helemaal waterdicht. Doordat de vragen niet ad random waren opgesteld, was er sprake van een volgorde effect in de gegeven antwoorden. Daarnaast zijn alleen de mensen in niet afgeschermde ruimtes ondervraagd, de mensen die zich bevonden in afgeschermde ruimtes zijn dus buiten beschouwing gelaten. Uiteindelijk ontstond er enige discussie over de vraag welke rol de drang naar anonimiteit speelt in het beantwoorden van de vragen van de enquête. Opvallend aan de presentatie vond ik dat Van Nood zich niet altijd wist te verdedigen en niet overal een weerwoord op kon geven.
    Het standpunt dat Van Nood innneemt lijkt overeenkomsten te vertonen met de technologische deterministische visie van McLuhan (1980). Volgens McLuhan zorgde technologie voor veranderingen in de samenleving. Met zijn theorie 'The medium is de message' benadrukte hij deze onmisbare rol van de media in een maatschappij. Van Nood lijkt in technologie ook de oplossing te zien voor maatschappelijke problemen. Daarnaast zegt McLuhan datt een medium een verlengstuk is van het lichaam. In Second Life zou je dit heel letterlijk kunnen opvatten, door te stellen dat een avatar een verlengstuk is van je identiteit.


    Bronnen:

    • Nood, David, de. EPN. Nieuwe media in het actuele debat. 18-09-2007
    • Nood, de. D., en Attema, J. “Second Life. Het tweede leven in virtual reality” [2006] EPN -20-09-2007 – http:// www .epn.net/interrealiteit / Second_Life Het _ Tweede _ Leve _van_Virtual_Reality.pdf

    Week 2 - Evaluatie debat WC 1

    In het tweede deel van het eerste werkcollege hebben we geoefend met het presenteren en verdedigen van een stelling. Op deze korte presentatie mochten de medestudenten dan vervolgens een korte reactie geven. Per student kreeg je 2 minuten de tijd, 1 minuut om je stelling te presenteren en vervolgens 1 minuut om je stelling te verdedigen. Ik was degene die het spits af mocht bijten en ik vond het dan ook best lastig. Om zoveel mogelijk informatie in 1 minuut te stoppen, begon ik heel snel te praten en kreeg mijn presentatie meer de vorm van een opsomming dan van een betoog. Andere punten waar ik de volgende keer op moet letten zijn mijn lichaamshouding en het verduidelijken van mijn stelling. Ook vind ik dat ik meer moet participeren in het debat. Mijn probleem is dat ik perfectionistisch ben en daardoor erg kritisch op mezelf, daardoor denk ik soms liever wat langer na, zodat ik iets kan zeggen wat klopt en wat van belang is voor het debat. Ik moet mezelf leren sneller te reageren en in te zien dat het niet erg is als ik fouten maak.
    Nu ik mijn persoonlijke verbeterpunten heb besproken, besteed ik nog wat aandacht aan een aantal algemene verbeterpunten die werden aangereikt door de voorzitters. Het was opvallend dat bij veel studenten de stelling niet duidelijk was. Om dit te kunnen verbeteren is het een goed idee om de stelling voortaan zowel aan het eind als aan het begin van de presentatie even te noemen. Daarnaast had de presentatie vaak de vorm van een opsomming van feiten in plaats van een betoog. Om dit te kunnen verbeteren zou het verwerken van humor en anekdotes uitkomst kunnen bieden. Een ander punt dat werd onderstreept was dat mensen meer in het rond moesten kijken en vooral niet alleen naar de docent. Tot slot is het inkorten van antwoorden en vragen een belangrijk verbeterpunt om het debat in de toekomst beter te laten verlopen.

    Wat betekent dit voor de ground rules voor een goed debat en een goede presentatie?

    De kritiekpunten die naar voren kwamen naar aanleiding van het debat in werkcollege 2, vormen een aanvulling op de bestaande ground rules.

    • Een goede voorbereiding zorgt ervoor dat je een goed en overtuigend betoog kunt voeren.
    • Het aanstellen van een goede voorzitter heeft als gevolg dat het debat in goede banen wordt geleid.
    • Duidelijke regels moeten er toe leiden dat de deelnemers naar elkaar luisteren en elkaar laten uitpraten. De dynamiek van het debat blijft hierdoor behouden. Zo kan er worden gelet op de lengte van de antwoorden en vragen.
    • De intentie van de deelnemers moet goed zijn. Ze moeten naar elkaar willen luisteren en elkaar laten uitpraten.

    De ground rules voor een goede presentatie blijven hetzelfde.
    1. Zorg dat je argumenten inhoudelijk in orde zijn. Let hierbij op:
    - Dat wat je vertelt waarheidsgetrouw is
    - Dat je argumenten volledig zijn
    - Dat je argumenten geen tegenstrijdigheden bevatten
    - Dat je goed voorbereid bent op tegenargumenten
    2. Let op je lichaamstaal
    - Sta/zit rechtop
    - Neem een open houding aan; dus geen armen over elkaar
    - Neem een actieve houding aan; dus geen handen in de zakken
    3. Let op je stemgebruik
    - Let erop dat je duidelijk spreekt
    - Let op je volume, dus spreek niet te hard en niet te zacht
    - Let op je ademhaling
    - Let erop dat je niet te snel of te langzaam spreekt



    Week 2 - Commentaar op logboek van medestudent


    Dit is het commentaar dat ik heb gegeven op de weblog van Laura Verstoep:
    Beste Laura,
    Ik heb je weblog doorgenomen en ga het op de volgende punten beoordelen: inhoud, opbouw, schrijfstijl, vormgeving en het gebruik van bronnen.

    Inhoud
    Wat de inhoud betreft, vind ik je weblog volledig. Het ‘Commentaar op het gastcollege’ vind ik goed en duidelijk. Je bent echter maar op één punt ingegaan van het onderzoek en dat is dat de vraag of het wel betrouwbaar is geweest om het onderzoek in de Virtuele wereld zelf te houden. Dit is een goed en sterk punt. Zelf heb ik echter ook gekeken naar de methodologie van het onderzoek en wat daar op aan te merken viel. ‘Korte samenvatting “Second life het tweede leven van virtual reality’ is een heldere en complete samenvatting. Alleen mis ik hier de kritische noot. Je zou bijvoorbeeld kritiek kunnen geven op de manier waarop het onderzoek is opgezet. De stelling: ‘Second Life is slecht voor je sociale contacten (in de 'werkelijke' wereld)" vind ik een leuke stelling en ik denk dat dit tot een interessante discussie zou kunnen leiden. Vervolgens vind ik ook je stelling ‘Het was te vroeg voor de uitgave van Windows Vista’ goed en de argumentatie helder. Ik kan me nog herinneren van vorige week dat je de stelling duidelijk presenteerde en rustig onderbouwde. De rest van je stukjes ziet er goed uit en daar heb ik dan verder ook niks op aan te merken.

    Opbouw
    De opbouw is helder. Meestal begin je met een korte inleiding om vervolgens dieper op het ondewerp in te gaan. Deze duidelijke structuur, zorgt ervoor dat je stukjes prettig te lezen zijn.

    Schrijfstijl
    Je schrijfstijl is goed, alleen zou ik persoonlijk minder vaak ‘je’ gebruiken, zoals in de zin: 'Ten eerste kun je het niet controleren.' Daarnaast is het handig om hier en daar wat meer punten te plaatsen in plaats van comma’s, zoals in de zin: ‘Ten eerste kun je het niet controleren (gaat het hier wel echt om een vrouw?), ten tweede heb je het probleem van sociaal verantwoorde antwoorden ("ik zeg maar niet dat ik eigenlijk een man ben, dat is zo vreemd") en je hebt de kans dat mensen zo in de rol zitten van hun avatar dat ze werkelijkheid en virtuele realiteit door elkaar halen.’ De zin wordt nu wel heel lang en dat leest niet fijn.

    Vormgeving
    De vormgeving is prima. De layout van de pagina nodigt uit tot lezen en de kleuren hebben een rustige uitstraling. De keuze van het lettertype vind ik ook goed. Het is een lettertype dat lekker leest. Ik vind het leuk dat je illustraties hebt geplaatst!

    Gebruik bronnen
    Hier en daar mis ik nog een bron, zoals bijvoorbeeld bij de ‘Filmanalyse 12 angry men’. Ik vind het goed dat je de bronnen iedere keer aan het begin van het artikel hebt geplaatst.

    Dit was mijn commentaar, ik hoop dat je iets kunt met mijn commentaar en tips!
    Succes
    Marije

    Week 2 - Commentaar op eigen logboek


    Hoi Marije!
    Dank je wel voor je reactie op mijn weblog dat ik de jouwe moest becommentariëren! Allereerst mijn complimenten! Je logboek ziet er goed uit en je schrijfstijl is fijn om te lezen. Wat ik echter als klein 'kritiekpuntje' (het is niet echt kritiek, maar meer iets dat ik zelf minder fijn vind) wil opmerken, is het kleine lettertype dat je gebruikt. Daar moest ik erg aan wennen, een iets grotere grootte leest wat prettiger. Dus misschien dat je daar nog eens over na zou kunnen denken. Maar dat over de lay-out.
    Over de inhoud: Je (zelf)reflecties zijn helder. Je geeft aan wat je zelf goed vond gaan en waarin je nog groeien kunt. Ook de algemene reflecties op de werk-/hoorcolleges zijn duidelijk en, belangrijker, beargumenteerd. Het commentaar dat je op je medestudenten hebt gegeven vond ik helder. Je geeft complimenten, maar ook kritiek. Dat vind ik goed aan je commentaren.
    Je synopissen zijn duidelijk en uitgebreid. De stellingen die je vervolgens inneemt, beargumenteer je (alleen die voor week 3 niet (tot nu toe)) met duidelijke argumenten. Wat ik overigens erg leuk vond en dus ook niet ongenoemd wil laten, is dat je een plaatje op je weblog hebt staan, dat had ik nog niet eerder gezien.
    Al met al ziet je weblog er goed uit en beargumenteer je wat je zegt. Ik ben er dus nogal positief over (en ik wou nou net even wat kritische commentaren geven ;-) ) Succes verder met je weblog!
    Groetjes, Mariët

    Mijn reactie: Allereerst Mariët, bedankt voor je commentaar en de complimenten! Wat het lettertype betreft heb je wel een puntje, ik ga eens kijken hoe het eruit ziet als ik een groter lettertype kies. De argumentatie voor de stelling van week 3 plaats ik nog.

    donderdag 13 september 2007

    Week 1 - Stelling & argumentatie

    In het jongerenprogramma ‘Jong’ van de EO kwam op woensdag 5 september 2007 het onderwerp Anorexia Nervosa aan bod. Twee meisjes vertelden over hun Anorexia verleden en hoe de zogenaamde ‘Pro-ana sites’ daar invloed op hadden. Een Pro-ana site is een website van de Pro-ana beweging. Deze beweging stelt dat Anorexia Nervosa en andere eetstoornissen geen stoornis, maar een levensstijl zijn (Wikipedia). De site bevat onder andere tips om zo snel mogelijk af te vallen, foto’s van zeer dunne modellen en een webforum waarop ervaringen kunnen worden uitgewisseld.

    Stelling: Pro-Ana sites moeten worden verboden door de overheid

    Argumenten
    • De Pro-Ana websites vormen een bedreiging voor de volksgezondheid. De sites verheerlijken de ziekte Anorexia Nervosa. Uit recent Amerikaans onderzoek is gebleken dat de sites een gevaarlijk effect hebben. Regelmatige bezoekers van Pro-Ana sites maken drie keer zoveel kans in het ziekenhuis te belanden (bron: Nova). Om deze reden zijn sites dan ook verboden in de VS. Het blijkt uit onderzoek dat hetzelfde geld voor Nederlandse vrouwen.
    • Er bestaan ook geen sites om andere ziektes, zoals AIDS, te promoten. Waarom zouden dan wel sites mogen zijn om Anorexia Nervosa te promoten?
    • Een onderzoek van het RIVM en de Universiteit Maastricht heeft aangetoond dat de waarschuwingsteksten die aan het begin van de site worden getoond een afschrikkende werking hebben op de bezoekers. Slechts 45% van de bezoekers klikte na het zien van de boodschap door naar de site. Het is goed dat mensen zich ervan bewust worden wat het effect van de Pro-Ana sites is. De helft van deze bezoekers klikte echter nog wel door en het is juist belangrijk om ook deze groep te bereiken.

    De doelgroep van de Pro-Ana sites is zeer labiel en beïnvloedbaar. Het is levensgevaarlijk als deze doelgroep niet inziet dat ze een ziekte heeft die tot de dood kan leiden. De Anorexia patiënten vinden op de site geen steun aan elkaar, maar stimuleren elkaar juist om (steeds meer) af te vallen.

    Bronnen:
    Jong. Pres. Venderbos, M. Red. Kwint, F. Red. Zee, C. Prod. Helden, van. F. Nederland 2, EO, 05/09/2007

    Nova Den Haag Vandaag. Pres. Polak, C. Red. Kuyl, C. Prod. Ditshuizen, J. van, Nederland 2, NPS, Vara, Tros, 25-09-2006

    “Pro ana” [2007] Wikipedia Nederlland - 13-09-2007 http://nl.wikipedia.org/wiki/Pro-ana

    “Waarschuwen bij Pro Ana weblogs schrikt bezoekers af; 45% klikt niet door” [2007] Trimbos Instituut – 13-09-2007 http://www.trimbos.nl/default20201.html?back=1&date=1
    steun aan elkaar, maar stimuleren elkaar juist om (steeds meer) af te vallen.

    Week 1 - Ground rules voor een goed debat

    Op de middelbare school en tijdens mij MBO en HBO opleiding heb ik een enkele keer gedebatteerd. Aan de hand van deze ervaringen en het beeld dat ik heb gevormd van het debat in de media, heb ik een aantal ground rules voor een goed debat opgesteld.
    1. Ten eerste is een goede voorbereiding, in mijn ogen, essentieel voor een goed debat. De deelnemers moeten zich voldoende hebben ingelezen en een duidelijk standpunt hebben ingenomen voor het debat van start gaat.
    2. Een tweede punt is dat er een goede voorzitter moet worden aangesteld. Deze voorzitter moet ervoor zorgen dat alle deelnemende leden de gelegenheid krijgen om hun standpunten te verdedigen.
    3. Een derde punt is dat er duidelijke regels moeten worden opgesteld, waar iedere deelnemer zich aan houdt. Één van deze regels kan bijvoorbeeld zijn dat de deelnemers niet door elkaar heen mogen praten.
    4. Een vierde punt voor een goed debat is dat de deelnemers de intentie moeten hebben om naar elkaar te luisteren en elkaar laten uitpraten.

    Tot slot heb ik nog een aantal persoonlijke ground rules opgesteld waar iedere individuele deelnemer zich aan moet houden.

    • Zorg dat je argumenten inhoudelijk in orde zijn. Let hierbij op:
      - Dat wat je vertelt waarheidsgetrouw is
      - Dat je argumenten volledig zijn
      - Dat je argumenten geen tegenstrijdigheden bevatten
      - Dat je goed voorbereid bent op tegenargumenten
    • Let op je lichaamstaal
      - Sta rechtop
      - Neem een open houding aan; dus geen armen over elkaar
      - Neem een actieve houding aan; dus geen handen in de zakken
    • Let op je stemgebruik
      - Let erop dat je duidelijk spreekt
      - Let op je volume, dus spreek niet te hard en niet te zacht
      - Let op je ademhaling
      - Let erop dat je niet te snel of te langzaam spreekt

    Een goed en een slecht debat

    Het debat, zoals dat wordt geleid in 'Rondom 10' vind ik een voorbeeld van een goed debat. Naar mijn mening wordt aan alle ground rules voldaan . Een slecht debat is een debat waarin mensen niet naar elkaar luisteren en elkaar niet laten uitpraten. Een voorbeeld van een slecht debat vind ik de debatten die worden georganiseerd in de tijd rondom de verkiezingen. De politici verdedigen hun eigen standpunten en besteden daarbij meer aandacht aan het versterken van hun imago dan aan het daadwerkelijk in debat te gaan met de persoon tegenover hen. Het opstellen van ground rules kan dit voorkomen.

    Ik de komende weken zal ik de reeds geformuleerde groundrules steeds aanvullen of veranderen, zodat er in week 8 een lijst ontstaat met groundrules die voor mij van belang zijn voor een goed debat.

    Week 1 - Film analyse ’12 Angry Men’


    De film 'Twelve angry men' van Sidney Lumet (1924) beschrijft het verhaal van twaalf juryleden die moeten beslissen over het vonnis van een jongen die zijn vader vermoord zou hebben. Elf van de twaalf mannen is er van overtuigd dat de jongen schuldig is. Slechts één jurylid twijfelt en besluit de feiten nog eens naast elkaar te leggen. Tijdens de voortgang van het debat laaien de emoties hoog op en wordt duidelijk dat ook de persoonlijke achtergronden van de juryleden een belangrijke rol spelen.

    Ik heb er voor gekozen om ‘de man met de hoed’, jurylid nummer 7, te analyseren. Wat aan het begin van de film gelijk opvalt is dat de man eigenlijk liever niet wil deelnemen aan het debat. Hij is bang dat hij te laat komt voor een honkbalwedstrijd en zou dan ook het liefst gelijk naar huis gaan. Deze houding typeert hem gedurende het hele debat. Zijn ongeduld uit zich in het voortdurend opstaan en rondjes lopen door de kamer, zijn jasje aan en uit doen, zijn neus snuiten en op zijn horloge kijken. Naast ongeduldig komt de man ook ongeïnteresseerd over. Als de andere debatleden hem naar zijn mening vragen, wendt hij zijn blik af en draait zich licht weg van de tafel en wanneer er een ander jurylid praat, zit hij onderuitgezakt en laat hij zijn ellebogen rusten op de tafel en legt hij zijn hoofd in zijn handen. Als het einde van het debat nadert, begint hij zelfs grapjes te maken en fluit hij liedjes, tot grote irritatie van de overige juryleden.


    Bron: Twelve angry men. Reg. Lumet, S., Scen. Rose, R., Act. Balsam, M. Fiedler, J., Cobb, L. en eventuele andere relevante namen. Orion Nova Productions, 1957